| Logs van Zadok Samson |
--- Archief ---
|
| Afbeelding/foto |
 |
|
27-12-2011 - Clean, Shaven Gaten in de geest. En het verhaal. 1993, regie: Lodge Kerrigan, met: Peter Greene
In het kader van “fascinerend vaag” en “onterecht onbekend” dit keer Clean, Shaven van regisseur Lodge Kerrigan. Mocht je na het lezen van de filmtitel geen flauw idee hebben waar ik het over heb, geen paniek: het staat niet voor niets in het kader van “onterecht onbekend”. Het draait om Peter Winter, gespeeld door Peter Greene, een schizofrene man die net is ontslagen uit een inrichting. Hij wil niets liever dan zijn dochter terugkrijgen, die momenteel vertoeft in een adoptiegezin. Wat hij echter niet weet, is dat er een politieonderzoek gaande is naar een (kinder)seriemoordenaar, en het toeval wil dat de agent die is belast met het onderzoek iets heeft met de moeder van het dochtertje van Peter. En deze agent heeft het sterke vermoeden dat Peter iets met de moorden te maken heeft. Dat het verhaal redelijk gecompliceerd is, moge duidelijk zijn. Het wordt voor de kijker echter nog wat ingewikkelder gemaakt aangezien Peter, hoewel net ontslagen uit de inrichting, een terugval krijgt. Langzaam maar zeker kruipt de paranoia terug, hij wordt aangesproken via de radio, is ervan overtuigd dat er zenders in zijn lichaam zitten en het wordt lastiger zich te focussen op één ding. Omdat bijna alles vanuit zijn perspectief wordt verteld, vervagen de grenzen tussen realiteit en waanzin en krijgt de kijker een filmische puzzel voorgeschoteld. Op zich is dit geen issue, ware het niet dat Kerrigan te weinig stukjes aanreikt om de puzzel te vervolledigen. Er ontstaat wel een globaal, vaag beeld van wat er aan de hand zou kunnen zijn, maar toch blijven een aantal hinderlijke gaten over. De conclusie (wat dit ook moge zijn) is hierdoor onbevredigend. Dat neemt desondanks niet weg dat Clean, Shaven een buitengewoon intrigerende film is en zeer zeker de moeite waard. Vanwege het lage budget duurde het even (twee jaar) voor de film voltooid was en het krappe budget is tevens terug te vinden in de stijl van filmen: er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van een losse camera, waardoor soms een documentaireachtig, rauw realistisch gevoel ontstaat. Het is dit effect waardoor de film mij is bijgebleven: het weet je in de chaotische, lichtsurrealistische wereld van Peter Winter te slepen en je in verwarring achter te laten. Het feit dat Kerrigan dan nauwelijks uitleg geeft, draagt bij aan deze verwarrende sfeer: als Peter koortsachtig boeken zit door te bladeren, heb je geen idee waarom hij dat doet. Pas als hij een plaatje uitscheurt van een meisje en aan de bibliothecaresse beweert dat dit zijn ontvoerde dochter is, worden zijn motieven duidelijk. Tijdens zijn daden blijft het echter gissen naar het waarom en soms wordt het ook niet verklaard. Ook zijn relatie met de moeder van zijn dochter wordt niet uitgewerkt, evenals haar relatie met de agent, zodat het vaak lastig is mee te leven met de personages. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom deze film niet zo bekend is: het gaat Kerrigan meer om het oproepen van een uiterst ongemakkelijk gevoel, het tonen van een zeer verstoord beeld van de realiteit. Het gaat niet om de vragen waar de kijker na afloop nog mee zit; het gaat om het gevoel waar de kijker na afloop mee zit.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:09
|
Reageer |
27-12-2011 - Nostalgia Morgen is het weer zover: 5 december. De laatste dag van onze bebaarde kindervriend die, vóór hij naar het zonnige Spanje terugkeert, de kinderen nog even verwent met cadeaus op pakjesavond. Een moment waar ik als kind zijnde altijd vol verlangen naar uitkeek. Tegenwoordig ben ik meer bezig met tentamens, stage en meer studiegerelateerde onderwerpen. Als ik zo op het Sinterklaasfeest terugkijk, voel ik het van binnen weer gloeien van nostalgie. Immers, niet alleen pakjesavond was spannend, er kwam nog een heuse “voorpret” bij kijken: het schoentje zetten. Eerst elke dag, daarna om de dag, tot slot een keer per week. Soms werd een wortel in of nabij de schoen gelegd, soms werd er voor een bakje water gezorgd. Immers, het paard moest hard werken, die had ook wat lekkers verdiend. Liedje zingen, slapen en de volgende dag vol opwinding het cadeau uitpakken. Enkele keren zat er zelfs een briefje bij, nooit het verband leggend tussen het handschrift van de Sint en mijn ouders. Tevens leuk was als je Sinterklaas “in het echt” zag. Ik zal nooit meer vergeten hoe een soort bijeenkomst voor kinderen was georganiseerd in het gemeentecentrum waar Sinterklaas bij zou zijn. Op een gegeven werden er kinderen naar voren geroepen en één daarvan was een meisje dat een heel goed idee had voor een Sinterklaascadeau. Dat mocht ze, achter de schermen, vertellen aan zwarte piet. Ze bleven nogal een tijd weg, waarop Sinterklaas opmerkte “nou, die is toch wel lang bezig. Nou ja, morgen krijgen jullie dat allemaal in je schoen.” De volgende morgen had ik een doosje gekregen met allemaal kleurpotloden. Ik vroeg me nog af of dat meisje zolang bezig was geweest omdat ze uitgebreid vertelde over alle kleuren van de potloden. Uiteraard kwam Sinterklaas ook langs op school met zijn Grote Boek. Ik kon er soms in zien en zag tot mijn grote ontsteltenis dat mijn naam er inderdaad in stond, tezamen met allerlei gegevens, bijvoorbeeld dat ik op badminton zat met een andere jongen. Maar aangezien ik die jongen nooit bij badminton had gezien – waarschijnlijk draaide hij mee in een andere groep – stond ik op het punt te zeggen dat dat niet klopte. Ik heb dat maar niet gedaan. Ik hechtte iets te veel waarde aan mijn cadeautjes. Op 5 december deden we op school aan surprises met gedichten, wat me erg veel geknutsel en frustraties opleverde. Ik had er gewoon het geduld niet voor om rustig voor zo’n project te zitten. Op de middelbare school werd het nog gedaan in de brugklas, maar daarna was het toch zo’n beetje afgelopen. Ja, er heerste een feestelijk sfeertje en ja, de lessen gingen niet door en er waren veel pepernoten. Maar dat opwindende van de basisschool was er niet meer. Als ik dezer dagen rondloop, voel ik nog wel wat enthousiasme. Het is ook moeilijk het enthousiasme niet te voelen, aangezien je overal in Nederland wel zwarte pieten of (hulp)Sinterklazen ziet. En toch gaat het allemaal steeds meer langs me heen. Logisch op zich, ik heb wel andere dingen aan mijn hoofd dan een vriendelijke oude man die ons land bezoekt omdat hij zo’n kindervriend is. Of iets in die richting. (Ik heb er nog nooit over nagedacht waarom Sinterklaas Nederland bezoekt… Misschien ook niet iets om te veel over na te denken). Een andere reden dat ik niet meer zo wordt gegrepen door het hele feest, is de mate van commercie die eraan plakt. Van het weekend bijvoorbeeld, zag ik tot mijn ontsteltenis een enorme kerstboom middenin het winkelcentrum staan. Voor de kerstboom zat een Sinterklaas, trouw omringd door verscheidene zwarte pieten. Het zijn die momenten waarop ik met heimwee terugdenk aan mijn naïeve kinderjaren.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:08
|
Reageer |
27-12-2011 - “It’s the story, not who tells it”: Stephen King Wie/wat/waar/wanneer…: Stephen Edwin King, geboren op 21 september 1947, één van de populairste Amerikaanse auteurs sinds zijn debuut Carrie uit 1974. Hij schrijft voornamelijk psychologische horrorromans met een literaire laagje, maar heeft ook enkele uitstappen gemaakt naar andere genres (o.a. Rage, Roadwork, Eyes of the Dragon, The Dark Tower, Dolores Claiborne). Ondanks (of wellicht juist dankzij) zijn enorme populariteit, is niet iedereen even enthousiast over zijn werk: sommige critici zien hem meer als een broodjesschrijver die consequent dezelfde formule toepast, andere zijn van mening dat hij een moderne Edgar Allan Poe/Howard Philips Lovecraft vertegenwoordigd. Ondanks deze verdeeldheid in meningen, is Stephen King uitgegroeid tot een waar fenomeen en zijn vele van zijn creaties versmolten met de popcultuur: Carrie, Cujo en Christine zijn stuk voor stuk iconen, waarbij men meteen snapt wat er wordt bedoeld als deze namen vallen. Bovendien heeft hij belangrijke (literaire) prijzen ontvangen (hoewel ook hier niet iedereen het mee eens is).
Waarom: In de eerste plaats omdat hij mijn favoriete auteur is, in de tweede omdat zijn nieuwste roman, 11/22/63, een tijdreisroman waarin de moord op Kennedy een belangrijke rol speelt, alweer een tijdje te koop is en wordt gezien als één van de hoogtepunten uit zijn al imposante oeuvre.
Beste roman: Er staan maar liefst zeventien boeken van Stephen King in de Boekmeter top 250 : The Stand (3), Under the Dome (4), The Dark Tower VI: Wizard and Glass (34), The Talisman (64) (samen met Peter Straub), It (69), The Dark Tower VII: The Dark Tower (80), The Green Mile (89), The Dark Tower III: The Waste Lands (123), Misery (152), The Dark Tower V: Wolves of the Calla (186), Different Seasons (208 ), Duma Key (209), The Shining (211), The Dark Tower II: The Drawing of the Three (214), Needful Things (215), The Dead Zone (235), Salem’s Lot (243). Ook absoluut de moeite waard zijn Desperation, The Regulators, Pet Sematary, Carrie, Eyes of Fire, Christine, Cujo, Four Past Midnight, Rage, Roadwork, Eyes of the Dragon en Blaze. Slechtste roman: From A Buick 8 en Colorado Kid. Beiden zijn onderhoudend, maar missen een bevredigend eind. Ze behandelen hetzelfde onderwerp, namelijk een vreemd fenomeen dat niet verklaard kan worden en uiteindelijk ook onverklaard blijft. Wellicht interessant als experiment, maar voor mij toch teleurstelling. Ook romans waarin de literaire ambities van Stephen King wat al te opdringerig worden, zoals Lisey’s Story, kunnen nogal eens zorgen voor geworstel met de tekst.
Schrijven: Stephen King heeft in zijn carrière een groots oeuvre opgebouwd waarbij zijn werken in twee categorieën kunnen worden ingedeeld: de grootse, epische verhalen (zoals Salem’s Lot, The Stand, It, en de complete Dark Tower cyclus) en de kleinere, ingehouden vertellingen (bijvoorbeeld Carrie, The Shining, Cujo en Misery). Alles is op de één of andere manier met elkaar verweven: personages keren terug in andere romans, Maine is een regelmatig terugkerende bestemming en ook zijn er vele verwijzingen naar de Dark Tower cyclus. Stephen King staat bekend om zijn luchtige vertelwijze en de diepgang die hij weet te scheppen in zijn duistere hersenspinsels. De personages die hij creëert zijn levendig, realistisch en doen haast aan als mensen van vlees en bloed. Helaas is dit voor Stephen King soms niet genoeg en laat hij zich verleiden tot gezwollen taalgebruik. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Bag of Bones; het verhaal op zich is erg goed, alleen bekruipt op bepaalde toch het gevoel dat de vertelling verdrinkt in de vele beschrijvingen. Een ander voorbeeld is Lisey’s Story, waarin veel aandacht wordt besteed aan een psychologisch portret van de vrouw van een auteur. Wederom zijn er oeverloze passages, volgepropt met lange, literair aandoende zinnen, waardoor het verhaal niet lekker op gang weet te komen.
Stephen King quotes: "The most important things are the hardest things to say. They are the things you get ashamed of, because words diminish them - words shrink things that seemed limitless..." - Opening paragraph, The Body (Stand By Me) "Oh yes, we all float - and when you're down here with us, you'll float too!" - Pennywise the Clown at various stages in It. "Sometimes being a bitch is all a woman has to hold on to" - Vera Donovan, in Dolores Claiborne. `The man in black fled across the desert, and the Gunslinger followed' - opening line of Dark Tower I - The Gunslinger "Either get busy living or get busy dying" - Andy, Rita Hayworth and Shawshank Redemption "Sometimes, dead is bettah" - Jud Crandall, Pet Sematary `Jack Torrance thought : Officious little prick' - Start of The Shining "That wasn't any act of God. That was an act of pure human fuckery." - Larry Underwood, The Stand `And, when the hand touched his shoulder again, he somehow found the strength to run.' - The Long Walk, (The Bachman Books, p. 434) "There are some huge rats in the walls, by the sound." - Boone, Jerusalem's Lot (Night Shift) `It Is The Tale, Not He Who Tells It.' - The Breathing Method `Cujo knew he was too old to chase rabbits.' - Cujo, p17 Viking Hardcover "She [Susan] is very lovely, Mr. Mears - very toothsome if I may be permitted a small bon mot." Barlow's note left to Ben & co. pg 345 'Salem's Lot. "You're dead, George. You just don't have the sense to lie down." - Thad Beaumont, The Dark Half, p226. "Don't tell me," Johnny said, "It's some new variation of est therapy. A symbolic affirmation expressly designed for stressful life-passages, sort of an `I'm okay, you're stomped to shit' kind of thing." - Johnny Marinville, Desperation Part IV, Chapter 5, Section 2. "Atonement was powerful; it was the lock on the door you closed against the past." - The Bad Death of Eduard Delacroix (Green Mile book 4), p71. "'They'll grind you down. 'he whispered. He threw the pencil halves on the floor. He looked at them, then looked up at me. His face was strange and grief-stunned. It made me uncomfortable. 'They'll grind you down too, Charlie. Wait and see if they don't." - Pigpen, Rage. "Yeah," Garraty babbled. "We're gonna be Mr. and Mrs Norman Normal, four kids and a collie dog, his legs, he didn't have any legs, they ran over him, they can't run OVER a guy, that isn't in the rules, somebody ought to report that, somebody..." - Ray Garraty, The Long Walk. "Can I? Yeah. You bet I can. There's a million things in this world I can't do. Couldn't hit a curveball, even back in high school. Can't fix a leaky faucet. Can't roller skate or amke a F-chord on the guitar that sounds like anything but shit. I have tried twice to be married and couldn't do it either time. But if you want me to take tou away, to scare you or involve you or make you cry or grin, yeah. I can. I can bring it to you and keep bringing it until you holler uncle. I am able. I can." - Paul Sheldon, Misery Part 2, chapter 4. "He was a loser, you know. Every high school has to have at least two: it's like a national law. One male, one female. Everyone's dumping ground." - Christine, narration, Prologue "For want of a nail the kingdom was lost." - Eyes of the Dragon, page before the main story starts. "Miss Margitan...was the National Honors Society advisor at LHS, and when my name came up on the cantidate list two years later, she vetoed me. The Honors Society did not need 'boys of his type', she said. I have come to believe she was right. A boy who once wiped his ass with poison ivy probably doesn't belong in a smart people's club." C.V. chapter 19, On Writing. "Go then, there are other worlds than these." - Jake Chalmers, (The Gunslinger, Dark Tower)
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:07
|
Reageer |
27-12-2011 - Crazy Little Thing Called Love Ik heb geen idee hoe dit gaat uitpakken, maar ik wilde het er eens op wagen: een stuk over een onderwerp dat voor mij geldt als uiterst gecompliceerd en over het algemeen als positief wordt ervaren: de liefde. De reden dat het mij zo fascineert is omdat het zo ongrijpbaar is. Ik heb relaties zien ontstaan, maar ook zien eindigen. Zoals de meeste computergebruikers met internetverbinding en de dringende behoefte interesses en foto’s met de rest van de wereld te delen, heb ik Facebook. Regelmatig zie ik berichten langskomen waarin vermeld wordt dat iemand zijn of haar relatiestatus heeft omgezet in “being in a relationship” of “single”. In enkele gevallen staat het op “married with” of “engaged with”. Bij de één heb ik het zien aankomen, bij de ander sta ik voor een complete verrassing. Toen ik op de basisschool zat, waren mijn ideeën over relaties en liefde nogal naïef: je ontmoet heel “spontaan” iemand, wordt verliefd, krijgt ruzie en op het einde komt het weer goed. Het zal waarschijnlijk niemand verbazen als ik zeg dat deze denkbeelden voornamelijk gebaseerd waren op films. Langzaam maar zeker kwam ik erachter dat het in de praktijk allemaal toch anders uitpakt: zo zal je toch eerst op iemand af moeten stappen, een conversatie moeten beginnen, een paar keer afspreken, elkaar beter leren kennen, en dan bouw je samen iets op. Toen ik dit allemaal besefte, was geen enkel stelletje nog veilig en bestookte ik ze met vragen: hoe hebben jullie elkaar ontmoet? Hoelang zijn jullie bij elkaar? Kende jullie elkaar al via vrienden, of waren jullie volledige vreemden voor elkaar? Was jullie ontmoeting toevallig, of heeft een vriend jullie aan elkaar voorgesteld? Wat vinden jullie zo leuk aan elkaar? (Oké, dat laatste misschien niet, maar het is een grappige vraag om te stellen, omdat ik me soms afvraag waarom twee mensen in godsnaam bij elkaar zijn. Dan maken ze steeds ruzie, zijn het nooit met elkaar eens en toch hebben ze iets samen.) En exen, ook zoiets. Blijf je bevriend of kan je elkaar niet meer zien? Komt de jaloezie opduiken op het moment dat de ander een nieuwe “love interest” vindt en begint er een irritant bel/sms gedrag van de ex? Of blijft het allemaal vaag en is het überhaupt de vraag of het wel “echt” uit is? Ook leuk om je af te vragen: waarom is het uit gegaan? Steeds weer probeer ik er grip op te krijgen, steeds probeer ik te begrijpen hoe het allemaal in elkaar steekt. Het lijkt het allemaal zo simpel, doch elke keer is de praktijk zoveel complexer. Hoeveel ik ook erover lees, het blijft een stuk roze zeep (uiteraard in de vorm van een hart) dat telkens weer tussen mijn vingers doorglipt. Ik kan nog pagina’s lang hierover doorratelen, maar het is wel de bedoeling dat mijn blog leesbaar blijft. Vandaar dat ik afsluit met twee regels uit House of Cards van Radiohead:
“I don’t want to be your friend I just want to be your lover”
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:06
|
Reageer |
27-12-2011 - Ruikt naar tienergeest: Nirvana Wie/wat/waar/wanneer…: Nirvana, een rockband afkomstig uit Seattle, opgericht in 1988 en gestopt in 1994, razend populair in de jaren negentig. De bezetting bestond uit Kurt Cobain (zanger, gitarist), Krist Novoselic (bassist) en David Grohl (drummer en van 1990 t/m 1994). Zij waren ook degene die de klassieker Nevermind in elkaar zetten. Voormalige leden van de band waren Aaron Burckhard (drummer, van 1987 t/m 1988 ), Dale Crover (drummer, een keer in 1988 en nogmaals in 1990), Dave Foster (eveneens drummer, in 1988 ), Chad Channing (wederom drummer, Nirvana versleet kennelijk erg veel drummers, van 1988 t/m 1990). Overige bandleden die alleen mee waren gegaan op tour waren Pat Smear (gitarist, achtergrondzanger, 1993 t/m 1994), Lori Goldston (celliste, 1993 t/m 1994) en Melora Creager (ook een celliste, alleen in 1994). De band stopte in 1994, nadat Kurt Cobain zelfmoord/vermoord pleegde/werd. David Grohl, de drummer, richtte hierna zijn eigen band op, Foo Fighters, waar ook ex-Nirvana lid Pat Smear zich bij aansloot.
Waarom: Iedereen van de jaren negentig kent Nirvana. Ik leerde ze ironisch genoeg kennen zo rond 1996: hoe goed ik ze ook vond, het had geen zin verdere albums van ze af te wachten. Nirvana was voor mij een ware openbaring wat betreft muziek: het imago van Cobain, de keiharde gitaren, ik was er diep onder de indruk van. Bovendien was dit meteen mijn officiële kennismaking met rock/metal, iets waar ik nog altijd dankbaar voor ben. Beste album: Als ik me netjes zou houden aan de muziekgeschiedenis, zou ik zeggen: Nevermind. En natuurlijk is dit ook één van hun beste, maar ik ga zelf toch voor Nirvana [UK], omdat hier andere nummers opstaan die ik evenzeer geweldig vind, zoals Rape Me, Dumb en Heart Shaped Box. Deze nummers staan ook op In Utero, eveneens zeer de moeite waard, maar over het algemeen toch net wat te rauw voor me.
Slechtste album: “Slecht” is wellicht wat overdreven, “overhyped” is wat beter op zijn plaats: Nirvana: MTV Unplugged in New York. Na veel goeie dingen erover te hebben gehoord, kocht ik de DVD en het album en bereidde me voor op iets geniaals. Wat kan ik zeggen. Het viel mij tegen. Een aantal nummers (About A Girl en Come As You Are) klinken akoestisch best goed. Maar om nu echt te zeggen dat het briljant is? Nee. Een nummer als Jesus Doesn’t Want Me For A Sunbeam vond ik totaal misplaatst en de opmerking van Kurt Cobain dat ze de hele avond covers hebben gedaan vind ik helemaal erg. Waarom dan verdorie geen eigen werk? Het gastoptreden van de Meat Puppets vond ik ook merkwaardig; wat voegden zij aan de show toe? (Tsja, nog meer covers…) Ze mogen de favoriete artiesten zijn van Kurt Cobain, maar het is de avond van Nirvana, niet van de Meat Puppets. Als er dan toch een pluspunt was aan het optreden, was dat Kurt Cobain zelf: gezeten op een kruk, met een uitgebluste blik en een rafelige kamerjas, bespeelt hij zijn akoestische gitaar en zingt gedwee de teksten. Zelf lijkt het hem niet zoveel te schelen wat hij doet en hij lijkt er ook helemaal niet bij te zijn. Zo nu en dan weet hij een grappige opmerking te maken, maar verder is dit Kurt Cobain zoals hij - vermoed ik - daadwerkelijk was: depressief, zich niks aantrekkend van iemand. Dit wordt vooral duidelijk als er verzoeknummers komen van het publiek: Cobain negeert de smeekbeden voor Rape Me, Scentless Apprentice en Serve the Servants en gooit er tot slot dan maar weer een cover in: Where Did You Sleep Last Night? Tip: degene die net als ik bovenstaande mening delen en het bovendien een doodzonde vonden dat Smells Like Teen Spirit niet werd gespeeld, hierbij een prachtige cover, zonder gitaren, bas of drums: http://www.youtube.com/watch?v=Ui2a2KTx60s
Muziek: Nirvana wordt geassocieerd met gillende gitaren, geschreeuw en vooral heel veel depressie. Alle drie helemaal waar natuurlijk, ware het niet dat Nirvana nog zoveel meer is. Hoewel het meeste van Cobain’s zang onverstaanbaar is (wellicht dat Thom Yorke hier zijn inspiratie vandaan haalde…), zijn de teksten vaak opvallend cryptisch en zit hier en daar zelfs een gevoelige snaar tussen. Wat bijvoorbeeld te denken van het rustige Something in the Way? Geen geschreeuw, de gitaren zijn rustig en David Grohl houdt zich in met de drums. In deze context zijn ook Polly, Dumb, The Man Who Sold The World en Come As You Are zeer de moeite waard. Nirvana quotes: (Kurt Cobain) Wanting to be someone else is a waste of the person you are. I'm not well-read, but when I read, I read well. I'm not a death rocker, and I don't wear black. I'd rather be hated for who I am than loved for who I am not. I think people who glamorize drugs are f**king *ssholes and if there's hell they'll go there. [To 'Weird Al" Yankovic', when asked for permission to do a parody of "Smells Like Teen Spirit"] "It isn't going to be about food, is it?". "I stared into his eyes and told him that I thought he was a respectable human. I did tell him straight out that I think his band still sucks." - on his encounter with Pearl Jam lead singer Eddie Vedder. I'm not gay, but I wish I was just to piss off the homophobes. If I went to jail, at least I wouldn't have to sign autographs. The music comes first. Lyrics are second. (When asked how he writes his songs.) When I heard the Pixies for the first time, I connected with that band so heavily I should have been in that band - or at least in a Pixies cover band. I never wanted to sing. I just wanted to play rhythm guitar - hide in the back and just play. I didn't know how to deal with success. If there was a Rock Star 101, I would have liked to take it. It might have helped me. It just so happens that there's a bunch of people that are concerned with what I have to say. I find that frightening at times because I'm just as confused as most people. (David Grohl) When I discovered punk rock, the only punk rockers I'd seen were on Quincy. When we heard that he was using our music at his rallies it was like being raped in the ass. It was not a good feeling. (Krist Novoselic) My lot in life is that every band I've ever been in just falls apart. That hurts but I've got a thick hide from years of conditioning. Don't follow a trend. Follow your heart. The beat of popular music sets the pulse of its time. If you've got a guitar and a lot of soul, just bang something out and mean it. You're the superstar.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:05
|
Reageer |
27-12-2011 - Leuk, maar waar gaat het over? Recensies hebben mij altijd gefascineerd: ze spreken elkaar tegen, zijn snobistisch, mild en veranderen door de tijd heen. Het leukste is om recensies van echte recensenten en die van gewone mensen met elkaar te vergelijken. Wat te denken bijvoorbeeld van een film als Magnolia? Hoewel critici er razend enthousiast over waren, bleef het publiek grotendeels weg. En werd The Haunting van Jan de Bont nog weggehoond door de critici, het publiek zorgde er ruimschoots voor dat de kosten werden teruggewonnen. Als fanatieke lezer van recensies ben ik er in de loop der tijd een aantal tegengekomen die ik opvallend vond. In al mijn goedheid besloot ik een aantal daarvan eens met jullie te delen. Als eerste 1409: Conquest of Paradise van Ridley Scott. In Op scherp: Ridley Scott – Imposante verpakker van ieder genre (cinema.nl), wordt onder het kopje “Slechtste Film” 1409: Conquest of Paradise genoemd:
“(…)een saaie, bijna drie uur durende biografische film over Christopher Columbus, waarin Gérard Depardieu als Columbus hopeloos uit de toon valt.”
Dat is duidelijk: kennelijk is deze film niet echt ’s mans beste werk en is Depardieu hier niet op zijn plek. Daar was het publiek het ook mee eens, aangezien de film is geflopt. Maar als ik op dezelfde site op zoek ga naar een recensie over de film, lees ik het volgende:
“Depardieu is prachtig: geladen, rusteloos, eigenwijs, gedreven, en ook de rest van de cast speelt de sterren van de hemel.”
Dus… moeten we hieruit nu concluderen dat Depardieu goed is of juist buitengewoon slecht? Het wordt nog verwarrender omdat de film drie en een halve ster heeft gekregen. Dus best nog de moeite waard. Dan toch niet echt het slechtste werk van Ridley Scott…? Het kan ook zijn dat een film door heel veel recensenten wordt bejubeld en dat een enkeling het hier totaal niet mee eens is. Een goed voorbeeld hiervan is Inglourious Basterds van Quentin Tarantino. Op het Cannes Filmfestival werd het met gemengde gevoelens ontvangen, na de “officiële” première werd het onthaald als Tarantino’s nieuwste meesterwerk: De Volkskrant, de Telegraaf, Het Parool, IMDB, MovieMeter, RottenTomatoes, ze gaven de film allemaal zo’n beetje het maximaal aantal sterren. En toen was daar het NRC: (…)Op enig moment moet Quentin Tarantino zijn gaan geloven dat hij een groot schrijver is. Anders valt de eindeloze woordenbrij van Inglourious Basterds niet te verklaren(…) (…)Tarantino heeft de taal zowel tot thema als tot een belangrijk element van de plotwendingen in de film gemaakt. In tegenstelling tot de meeste andere Hollywoodfilms, laat hij niet al zijn personages Engels spreken, maar waar nodig ook Frans, Duits en Italiaans. Al die wisseltrucs met taal leiden niet tot meer geloofwaardigheid, integendeel, ze versterken juist het kunstmatige karakter van Inglourious Basterds. De SS’er Hans Landa (een geestige, maar overdreven de hemel in geprezen rol van de Oostenrijkse televisieacteur Christoph Waltz) blijkt een talenwonder te zijn. In de eerste scène – overigens de beste van de film – zit hij een Franse boer te verhoren die onderduikers herbergt, maar wel in het Engels, want deze Franse melkveehouder anno 1941 spreekt die taal vloeiend. (…)
Het zal niet al te veel verbazen dat de film één ster van de vijf kreeg toebedeeld. Op zich was ik wel verrast omdat de film haast unaniem bejubeld leek te worden, maar goed, iedereen heeft recht op zijn mening. Niemand zal er wakker van liggen, Quentin Tarantino en Christoph Waltz al helemaal niet. Wat me wel verraste, was de hele commotie die er omheen ontstond: iedereen vond het een vreselijke recensie en kon zich maar niet voorstellen dat Inglourious Basterds zo werd afgemaakt. Op het forum verschenen allemaal commentaren van mensen die het duidelijk niet eens waren met de recensent: http://www.nrcnext.nl/blog/2009/08/27/trailer-thursday-week-35/#comments Met verbazing las ik hoe de recensent ervan beschuldigd werd een misplaatste recensie te hebben geschreven en hoezeer hij niks van de hele film snapte… Het kan toch dat hij de film niet goed vond…? Ook leuk: een recensie die zichzelf tegenspreekt. Wat te denken van dit korte stuk, over Grown Ups van Mike Leigh:
Een vrouw gaat op bezoek bij haar getrouwde zuster, maar hun gezinsproblemen worden haar al snel teveel. Ze vlucht naar de wat burgerlijker ingestelde buren. Een aangrijpend, briljant geacteerd drama, waarin de tragische elementen op subtiele wijze met komische aspecten zijn verweven.
Je zou toch denken dat deze film zeker vier sterren zou ontvangen? Het is immers een “aangrijpend, briljant geacteerd drama”. Nee: de film heeft één ster. Misschien dat het toch wat minder briljant is dan de recensent ons wil doen geloven…? Er zijn ook recensies die een film ofwel afkraken ofwel de hemel in prijzen, om je tot slot achter te laten met een gevoel van “…oké…?” Een uitstekend voorbeeld is een recensie uit de filmbijlage van de Volkskrant van Donderdag 13 oktober 2011 (omdat het niet online was te vinden, heb ik het uit de krant overgeschreven):
Spy Kids 4: All The Time In The World In 4D In de slag om de bioscoopbezoeker introduceert Spy Kids 4: All The Time In The World In 4D een nieuw – maar vaker vergeefs geprobeerd – trucje: geurcinema. Bij de entree krijgt de bioscoopbezoeker een kraskaart met verschillende geurtjes die je een voor een moet open krabben. In combinatie met het 3D-brilletje zou dat moeten zorgen voor een 4D-ervaring. Werken doet het niet, het zadelt de jeugdige kijkers en vooral hun ouders op met een weeïge wolk snoeplucht. En toch geeft dit misschien wel meer plezier dan de hele film zelf, die nogal fantasieloos de formule van de eerdere drie delen afstoft. De gadgets willen niet echt overtuigen, de grapjes evenmin.
Laten we eens even goed naar deze recensie kijken. Het opent met “geurcinema”, een term die mij nog niet bekend was, laat staan het hele fenomeen. Er wordt gesteld dat het al oud is en nooit (echt) heeft gewerkt. En dan: de gadgets overtuigen niet, evenals de grappen. Oké, dat is goed om te weten. Ik weet nu iets over geurcinema. Ik weet dat het al oud is. Dat het niet werkt. Ik weet dat deze sensatie beter is dan de film op zich, een afgestofte, fantasieloze kopie van de eerste drie delen. Noch de grappen, noch de gadgets zijn geslaagd. De recensie is leuk, het is best grappig, maar waar gaat de film over? Het is toch een filmrecensie? Wat is het verhaal? Wie zijn de personages? Zijn er dingen mis met de dialoog? Het camerawerk? Robert Rodriguez heeft de film gemaakt, dus ik neem aan dat het vol zit met allerlei knipogen naar het genre en vrij gestoorde personages. Heeft Tarantino een kleine rol? Wat voor gadgets komen er dan in voor? Nogmaals, het is een leuke recensie, maar waar gaat het over? Kan mij het wat schelen dat ik een kraskaartje moeten openen, ik wil weten waar de film over gaat! Dit waren enkele recensies die mij waren opgevallen. Er is nog heel wat om eens onder de loep te nemen, maar dat bewaar ik lekker voor een volgende keer.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:04
|
Reageer |
27-12-2011 - Over afgezaagde benen en doe-het-zelf-abortus. Met Spoilers. Heel soms krijg ik de vraag waarom ik zoveel van horrorfilms houd. Dan stel ik die persoon zelf een vraag: Ik: “hou je van achtbanen?” Persoon: “Ja/Nee.” Ik: “zelf heb ik een hekel aan achtbanen, hoewel ik er toch een paar heb overleefd. Als je zo omlaag gaat, dat gevoel in je maag, dat vind ik echt verschrikkelijk. Sommige vinden dat echter heerlijk. Voor mij is een horrorfilm een achtbaan, het is een soort surrogaatachtbaan.” Persoon: “Goed, dat is duidelijk.” Om deze vergelijking nog wat meer door te trekken, er zijn mensen voor wie een achtbaan niet heftig genoeg kan: hoe meer loopings, kurkentrekkers, steile afdalingen, hoe beter het is. Bij mij werkt het net zo: hoe extremer een horrorfilm, des te meer ik er een kick van krijg. Door de tijd heen heb ik een aantal horrorfilms gezien die waarschijnlijk voor altijd op mijn netvlies gebrand staat. Dit kan zijn vanwege bepaalde scènes, vanwege de bloederigheid, of de mate van mindfuck die in de film zit. Vanwege de lengte voor de artikelen die ik hanteer, heb ik gekozen voor zes films: stuk voor stuk zeer aan te raden voor de horrorfan!
Session 9, 2001, Brad Anderson, David Caruso Voor deze film had ik The Machinist gezien van dezelfde regisseur, met Christian Bale in de hoofdrol. Omdat dit huiverwerkje toch ook indrukwekkend was, besloot ik ook Session 9 te proberen. Hoewel The Machinist technisch beter in elkaar steekt en het acteren ook op een hoger niveau zit, vind ik Session 9 toch wat beter. Het laat namelijk meer aan de fantasie over, terwijl The Machinist op het einde keurig alle antwoorden geeft. Een paar schoonmakers krijgen de opdracht een oud gesticht asbestvrij te maken. Er is een tijdsdruk en niet iedereen zit lekker in zijn vel. De baas heeft huwelijksproblemen en tussen de mannen onderling heerst een vijandige sfeer. Langzaam maar zeker kruipt de film onder de huid en smelten waanzin en realiteit in elkaar over. Dan vindt één van de medewerkers tapes met gesprekken met een patiënt die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. Wat er in deze gesprekken naar buiten komt bezorgde me kippenvel: het verleden van het gesticht komt langzaamaan tot leven en realiteit en waanzin lopen meer en meer door elkaar. Ook vrij luguber is het einde van de film: iedereen, op de baas na, is vermoord. Als een slaapwandelaar doolt hij door de gangen, bezweken aan zijn huwelijkscrisis en de problemen op het werk. Hij pakt zijn mobiele telefoon en probeert wanhopig zijn vrouw te bellen. Dan ziet de kijker dat het mobieltje stuk is. We krijgen nog een helikopterview te zien van het gesticht en de film is afgelopen.
Martyrs, 2008, Pascal Laugier, Morjana Alaoui Ik kan heel wat hebben, als horrorliefhebber. Deze film was zowel psychologisch als wat betreft bloederigheid echter heftig. Het verhaal op zich is al krankzinnig: een geheim genootschap ontvoert jonge vrouwen en laat deze martelen volgens verschillende stadia. Het idee is dat als deze ‘martelaren’ de martelingen overleven, ze voor een moment in staat zijn een kijkje te nemen in het hiernamaals, een soort van Goddelijke openbaring. Geniaal toch? Nu vond ik het verhaal al sterk op zich, maar het martelen, dat vond ik dus echt vreselijk. In plaats van het martelen expliciet te tonen, wordt er veel gesuggereerd en dat juist maakt het des te erger. Je ziet een lichaam schokkende bewegingen maken bij elke klap die het ontvangt, maar je ziet niet echt hoe ze in elkaar wordt geslagen. Het is juist deze subtiliteit waardoor deze film, wat mij betreft, rustig in het rijtje met ‘gruwelijkste tortureporn’ mag zitten.
Inside, 2007, Alexandre Bustillo/Julien Maury, Alysson Paradis Deze film werd vertoond tijdens een horrormarathon. Stel je voor, honderden opgefokte horrorliefhebbers die nergens voor terugschrikken en ongegeneerd commentaar roepen naar de film. Mensen die wel tegen een flinke stoot kunnen. Nou, de hele zaal was tijdens een scene in deze film dus doodstil. Een jonge vrouw wordt gestalkt door een andere vrouw, die van plan blijkt haar baby te ontvoeren. Er is alleen één probleem: de baby zit nog in de buik van de jonge vrouw. Oplossing? Simpel: als ons hoofdpersonage zo goed als knock-out op de trap ligt, haalt de stalkster een schaar te voorschijn, knipt de buik open en haalt de baby eruit. Inside gaat regelmatig behoorlijk ver en er zitten ook nogal wat (kleine) gaten in het verhaal, toch is dit niet een film die ik snel zal vergeten, al is het maar omdat het zo goed psychologische terreur weet te combineren met heel wat liters bloed.
Saw (I-VII), 2004, oa James Wan, Cary Elwes Ofwel je vindt het ranzig en onzinnig, ofwel je vindt het geweldig. Een tussenweg bestaat niet in het Saw universum. De eerste in de reeks blies me omver: niet alleen vanwege de scène waarin Gordon (Cary Elwes) uit pure wanhoop dan maar besluit zijn been af te zagen, maar ook vanwege het einde. Het kan me niets schelen of het een goedkoop narratief trucje was, ik vond het geniaal: al die tijd ligt het lijk op de grond en dan blijkt het op het einde geen lijk te zijn, maar de moordenaar zelf. Briljant toch? Niet elk vervolgdeel was even goed, maar als horrorfanaat vind ik de Saw reeks toch echt één van de betere series uit het horrorgenre. Alleen hoop ik wel dat het nu echt is afgelopen: met het laatste deel is de cirkel tenminste rond (hoe geforceerd ook. Ja, als diehard fan moet ook ik dat toegeven…) en een nieuw vervolg zou dat alleen maar verknallen. Tenzij Gordon de nieuwe Jigsaw wordt, uiteraard… Toch nog to be continued? Irréversible, 2002, Gaspar Noé, Monica Bellucci Wat te zeggen over deze Franse shocker, waarvan ik nog steeds niet zeker weet of ik hem ooit opnieuw zou kunnen zien. Niet zozeer vanwege de vervreemdende sfeer, de soms misselijkmakende camera, of de buitengewoon rauwe tint. Nee, het gaat mij om twee scènes in het bijzonder. In de eerste wordt iemands hoofd verpletterd met een brandblusser. En dan bedoel ik letterlijk ‘verpletterd’: we zien zeer nauwkeurig hoe de schedel breekt, hoe tanden eruit worden geslagen en het hoofd steeds platter en platter wordt. Niet op zijn Saw’s, waarbij je nog kunt zien dat het nep is, dit is zo vreselijk realistisch dat ik er nauwelijks naar kon kijken. Op de hoes van de DVD wordt gewaarschuwd dat de film zeer realistische beelden van geweld bevat. Geloof me, dit is één van de weinige keren dat zo’n waarschuwing het bij het rechte eind heeft. De tweede scène is zodoende nog gruwelijker. Niet alleen vanwege het geweld, maar meer omdat het een verkrachtingsscène betreft van zo’n negen minuten. En ook nu is het zo verdomde realistisch en overtuigend, dat ik me zo ongelooflijk smerig voelde toen het was afgelopen. Ik zal niet te veel vermelden (niet alleen vanwege spoilers, maar meer omdat ik het gewoon niet kan), maar wees gewaarschuwd: het is gruwelijk. Kijken op eigen risico.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:03
|
Reageer |
27-12-2011 - Een Duivelse Lift 2010, Regie: John Erick Dowdle, met oa: Chris Messina 7.5 Wat weet ik nog goed dat ik The Sixth Sense zag van M. Night Shyamalan. Een prachtig vormgegeven psychologische horrorfilm met een ijzersterk verhaal die langzaam onder de huid kruipt, om op het einde een briljante plottwist weg te geven. Ik weet ook nog heel goed dat ik Signs zag: erg spannend, met één scene die me werkelijk kippenvel bezorgde, maar het einde was wat… Makkelijk. The Village heb ik in de bioscoop gezien: uitstekende broeierige sfeer en een enorme anticlimax. Lady in the Water was slecht; een rommelig ‘sprookje’, waarin Shyamalan zichzelf de rol had gegeven van een soort profeet die met ‘The Cook Book’ de wereld zal veranderen. The Happening was al wat beter, maar was als geheel gewoon te hol. The Last Airbender tenslotte was lachwekkend. Dit allemaal toont aan hoe een filmmaker die ijzersterk begint, uiteindelijk alleen nog maar in staat is om potentiële Razzie kandidaten te maken die angstvallig door het publiek worden gemeden. Een film hoeft maar geassocieerd te worden met de naam ‘Shyamalan’ en men drukt er de stempel ‘slecht’ op. En dat is toch zonde. Met Devil, de eerste film van een geplande trilogie die de ‘Night Chronicles’ wordt genoemd, laat Shyamalan zien dat hij in ieder geval nog een goed verhaal kan bedenken. En het misschien ook daarbij moet laten, voortaan. Het uitgangspunt van Devil is simpel: vier mensen bevinden zich in een lift, eentje is de Duivel. Uiteraard is er meer aan de hand, maar dit is het gegeven waar het allemaal om draait. Het concept wordt uitgewerkt op een stijlvolle en tegelijkertijd steriele wijze. Aan de ene kant komt de film wat ‘koud’ en afstandelijk over, aan de andere kant overheerst er een wat vervreemdende, nachtmerrieachtige sfeer. Tijdens de begincredits bijvoorbeeld, als we een helikopterview krijgen van de stad… Op zijn kop. Wat ook meehelpt is dat het allemaal op een hele strakke manier opgenomen en dat het gebouw waar dit alles zich afspeelt iets futuristisch heeft. Het zijn deze elementen die ervoor zorgen dat er een aparte sfeer wordt gecreëerd, waardoor je soms het gevoel krijgt naar iets te kijken dat net zweeft op de grens tussen droom en realiteit. Ik vond Devil erg spannend, maar dat de meningen verdeeld zijn (het blijft toch ergens een Shyamalan film) werd meteen duidelijk. Bij het verlaten van de zaal hoorde ik iemand zeggen dat het niet zo eng was, en tijdens de film hoorde ik sommige mensen ook lachen. Ik kon me wel voorstellen dat bepaalde dingen niet echt geloofwaardig overkwamen, maar ergens denk ik ook dat dit een film is waar je gevoelig voor moet zijn. Het is geen Saw of Hostel. Er komt wel wat gore in voor, maar het gaat veel meer om het verhaal en de sfeer. Dat Shyamalan de film heeft geschreven is erg duidelijk: niet alleen door het occulte thema (de verwijzingen naar de Duivel en het occultisme liggen er soms iets te dik bovenop), maar ook door de prekerige toon die zo nu en dan de kop opsteekt. Dat is wel jammer, maar het maakt van Devil, in mijn ogen, niet meteen een slechte film. Het is echter ook niet meteen de beste film van het jaar. Het is zeker beter als je het vergelijkt met zijn latere werk en als Shyamalan op deze manier doorgaat, weet hij misschien weer zijn oude niveau te halen. En hoe zit het nu met het einde, aangezien Shyamalan het verhaal ervoor bedacht? Op een redelijk verrassende twist na, heb ik het idee dat hij er geen zin meer in heeft zijn films überhaupt nog creatief te laten eindigen. Na een moralistische preek rollen de credits alweer over het scherm. Een beetje abrupt. Desondanks ben ik erg benieuwd naar de volgende ‘Night Chronicle’.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:01
|
Reageer |
27-12-2011 - Slangen op het podium Een recensie. Omdat ik er zin in had. Sinds een tijd zit ik in de redactie van Slang, een literair platform ontstaan op initiatief van een aantal (ex-)UvA studenten. Mijn taak als redacteur is het schrijven van artikelen en korte verhalen. Omdat ik ooit wil doorbreken als schrijver en ik erg veel schrijf (denk niet dat dat is opgevallen) is dit voor mij de perfecte mogelijkheid om werk te kunnen publiceren, om daadwerkelijk gelezen te worden. Er is alleen één ding: niet zoveel mensen kennen het blad, dus het lezerspubliek is nogal beperkt. Daar wilden we snel verandering in brengen: vorige week hebben we in het Perron, een try-out podium voor artiesten, Slang gepresenteerd. Een erg leuke avond, alleen was het zo jammer dat ik niet meteen de weg kon vinden. Nadat ik uitstapte bij de Marnixstraat bekroop mij zo’n gevoel van “en wat nu?” Ik was hier nog nooit geweest en voelde me een beetje verloren. Toch besloot ik eerst maar zelf uit te zoeken waar het Perron was, hoe moeilijk kon het nu zijn? Na tien minuten te hebben gedwaald belde ik een redactielid op die me de nodige routebeschrijving verschafte. Nu is het een hele prestatie om de verkeerde kant op te lopen terwijl je duidelijke instructies krijgt over de telefoon. Persoonlijk vind ik het nog knapper dat ik erin slaagde zo’n drie keer voorbij de straat te lopen waar ik moest zijn. Ach, wat zal ik zeggen, het is een gave. Eindelijk aangekomen was het tijd dingen voor te bereiden; enkele inkijkexemplaren van Slang waren op tafeltjes geplaatst, er moesten extra stoelen komen, de gastenlijst moest klaarliggen, de band deed een soundcheck, etc. Zo om acht uur, begon het publiek binnen te stromen. Er waren drie sprekers: Dan Hassler-Forest, Ernst van den Hemel en Jeroen van Rooij. De eerste twee waren docenten aan de UvA, Jeroen van Rooij was een auteur die uit eigen werk voorlas en het publiek verraste met een heuse “poetry mob”: tijdens het voorlezen van een gedicht stonden enkele mensen uit het publiek op om met hem mee te lezen. Erg leuk, alleen duurde het wat lang. Na zo’n keer of honderd “ik herinner me” te hebben gehoord, (het gedicht ging over herinneringen, voor het geval dit niet duidelijk was) weet je wel dat de beste man zich veel herinnert. En toen was het tijd voor de afsluiter van de avond: zangeres/gitariste Suze Vlaar en haar band trakteerden ons op een erg onderhoudend optreden, waarna het tijd werd voor een ander, belangrijk onderdeel van de avond: drinken. Mijn plan was om hierna naar huis te gaan, ik werd echter gevraagd om ergens nog even wat te gaan drinken. Natuurlijk, waarom ook niet? Ik was alleen wel lopend, maar dat vormde geen enkele hindernis: ik kon gewoon bij iemand achterop (waarvoor dank, Stephanie!). Het zijn één van die momenten dat ik erg blij ben met mijn niet al te zware gewicht. Het drinken was erg gezellig en bovendien was de locatie erg goed gekozen: het was dichtbij een tramhalte, zodat ik snel er vandoor kon gaan voor de laatste tram. Het was een perfecte afsluiting van een geweldige avond!
Dus, wat kunnen we hieruit concluderen? Laten we eens kijken naar de plussen en minnen: + Het was een leuke avond + Er waren leuke sprekers + Het is een gezellige locatie + Achteraf hebben we nog wat gedronken - Ik heb het niet in één keer kunnen vinden Conclusie: ****1/2. Als ik in één keer de weg had gevonden, vijf sterren. Volgende keer toch de route van 9292ov.nl uitprinten.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:00
|
Reageer |
27-12-2011 - Het leed dat Kassadraaien heet Laatst heb ik iets gedaan wat ik eigenlijk nooit meer wilde doen: kassadraaien. En dan niet bij een supermarkt, nee, ik werd gelijk in een groothandel neergezet. Dit hield in dat ik niet alleen brood, groente, pakken sap, koffie, boter, kaas en ham moest scannen, maar ook Dvd’s, Cd’s, computers, strijkijzers en kledingstukken. Ik bereidde me voor op een dag vol ellende. De oorsprong van mijn diepgewortelde afkeer jegens kassadraaien is begonnen tijdens mijn eerste bijbaantje. Ik was vijftien jaar, werkte in een supermarkt en werd meteen achter de kassa gestationeerd. Niet dat ik daar problemen mee had, ik vond het best wel stoer: vijftien jaar en nu al de verantwoordelijkheid dragen voor een deel van de financiën. Dit enthousiasme verdampte al snel toen ik erachter kwam dat het ook behoorlijk stressvol kon zijn. Toen ik er een tijdje werkte, kreeg ik meer en meer te maken met problematische situaties. Zo was het wisselgeld een keertje op, waardoor ik een klant geen geld terug kon geven. De rij was al behoorlijk lang en nerveus probeerde ik de stugge plastic zakjes met muntgeld open te scheuren. Een oudere man gaf me wat advies over hoe ik dit het beste aan kon pakken, ik knikte beleefd, maar het advies kwam niet bepaald vriendelijk over. Of, toen mijn kassa al gesloten was en een vrouw mij vroeg of ze slechts een bloemkool kon afrekenen, ik werd vol gescholden door een klant die in een andere rij stond. Hoe onbeschoft/asociaal/weet-ik-het wel niet was het van mij om de bloemkoolvrouw alsnog te helpen, terwijl de andere nog steeds in de rij moesten blijven wachten. En dan was er ooit een man die weigerde om nog drie cent neer te leggen. Contante bedragen worden afgerond, dus moest hij toch echt nog vijf cent betalen en niet twee. Ik stond zelfs op van mijn stoel om de man ervan te overtuigen dat we de bedragen afronden. Lange rijen, gezeur, gedoe met wisselgeld, grote ogen van verontwaardiging als ik de zegels vergat, boos commentaar als ik de boodschappen te snel op de band zette, ik had het gehad. Na het anderhalf jaar te hebben volgehouden stopte ik met het werk. Jaren later kwam ik terecht bij een andere winkel, waar ik wederom achter de kassa belandde. Ik was ouder (ook wel wat wijzer) en vol goede hoop. Hoop die na zo’n drie of vier keer werken aan gruzelementen was geslagen. Niet alleen waren de klanten nog erger, nu moest ik ook nog eens producten inpakken. Leuk, vooral als je dat niet kunt. Telkens slaagde ik erin het cadeaupapier verkeerd af te scheuren, of was ik te traag met inpakken, of was het eindresultaat niet zoals gewenst. Wederom commentaar: een klant gaf me als tip eens een inpakcursus te volgen, weer een ander keek me op de vingers en mompelde dat dit een “mager zesje” was. Maar het ergste was nog wel dat de klanten hier een ware koningsbehandeling verwachtten: een klant die uitgebreid op de toonbank een dure pen ging testen, een klant die hier een game had gekocht, er thuis achter kwam dat het doosje leeg was, weer terug moest rijden, en verwachtte dat wij haar boete zouden betalen omdat ze te lang geparkeerd stond vanwege de lange wachtrij, een klant die eiste dat we andere achtergrondmuziek zouden draaien omdat er iets mis was met de bastonen, en zo kan ik wel even doorgaan. Dit keer hield ik de proeftijd niet eens vol: er werd mij werd zachtaardig duidelijk gemaakt dat dit niet zou werken. Ik was er niet al te rouwig om. In mijn ervaring is kassadraaien dus niet echt mijn ding. Nadat ik de eerste keer in de groothandel had kassa gedraaid, ging dit echter zeer soepel: ik bleef rustig en had zelfs een goede omgang met de klanten. Ik besloot nog een tweede keer te gaan. Dit ging nog beter. Volgende week ga ik voor de derde keer. En eerlijk gezegd vind ik dat stiekem toch wel leuk.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 23:00
|
Reageer |
27-12-2011 - Gumhoofd Vijftien September is het zover: dan wordt “Eraserhead”, het debuut van David Lynch, opnieuw uitgebracht in de bioscoop. Een uitzonderlijke gebeurtenis, aangezien de film niet valt onder de noemer “doorsnee speelfilm”. “Eraserhead” kan gezien worden als een onderdompeling in de psyche van David Lynch zelf, een verkenning van zijn diepste fantasieën en nachtmerries, een psychoanalytische benadering van de filmmaker die indertijd vader werd en deze angsten verwerkte in een surrealistisch portret van een instabiele geest. Maar je kunt “Eraserhead” ook gerust “onbegrijpelijk” noemen. Ikzelf heb altijd een fascinatie gehad voor films die de stempel “cult” krijgen en moeilijk te verkrijgen zijn. Dit zijn meestal werken die niet bedoeld zijn voor een breed publiek, het brandmerk “ontoegankelijk” krijgen en de hersens flink aan het werk zetten. Die films proberen iets nieuws uit, experimenteren er lustig op los en trekken zich absoluut niks aan van wat het publiek ervan zal denken. Voorbeelden hiervan zijn “Pi” van Darren Aronofsky, “The Brown Bunny” van Vincent Gallo en “El Topo” van Alejandro Jodorowski, die ik trouwens nog steeds moet zien te vinden. Dus toen ik weet kreeg van “Eraserhead” en erachter kwam hoe zeldzaam de film was, wist ik dat ik het moest zien. Ik kwam achter het bestaan van “Eraserhead” via een andere film van David Lynch (meteen ook de eerste film die ik van hem zag): “Blue Velvet”. Alhoewel ik de helft niet kon volgen, was ik meteen gegrepen door de dromerige sfeer, het speelde een spel met droom en waarheid, waanzin en realiteit. Ik kon er soms geen touw aan vastknopen, toch wist ik dat ik meer wilde zien van deze eigenzinnige filmmaker, om die bijzondere ervaring weer te kunnen beleven. Een zoektocht op internet leerde mij dat David Lynch al heel wat films had gemaakt, aldus ook “Eraserhead”. Hoewel er wel pogingen werden gedaan tot een samenvatting van de film, kwam iedere recensent uit op dezelfde conclusie: ga het zelf kijken, ervaar het zelf. Nu is het niet al te simpel om een film die zo’n reputatie heeft verworven nog te kunnen vinden. Dus toen ik besefte dat ik de film echt nergens kon verkrijgen, wendde ik me tot… Andere middelen. En zo, op een rustige Zondagavond ging ik er eens voor zitten en besloot de film te gaan kijken. Nadat het was afgelopen, liep ik nog minstens een half uur in een staat van “WTF was DÁT?” Toen het was bezonken, wist ik het zeker: dit was één van de beste films uit de filmgeschiedenis. Op zijn minst één van de bijzonderste. De kracht van “Eraserhead”, en de reden dat ik het zo goed vind, ligt hem in het feit, denk ik, dat het op zoveel manieren te interpreteren is. Hoe vaak ikzelf de film ook zie, telkens zijn er andere dingen die mij opvallen, en steeds weer kunnen de puzzelstukjes op een andere manier in elkaar worden gezet. Maar waar gaat “Eraserhead” nu eigenlijk over? Nou… Het gaat dus over Henry, en die is nogal labiel, hij ziet bijvoorbeeld een planeet met een man erin, en hij droomt van een vrouw die achter zijn radiator woont, en dan krijgt hij een kind die te vroeg is geboren en dan gebeuren er allemaal dingen… Ach, weet je wat? Ga het zelf kijken.
PS: voor degene die nieuwsgierig zijn geworden maar er geen bioscoopkaartje voor over hebben, “Eraserhead” is tegenwoordig te koop op DVD!
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 22:59
|
Reageer |
27-12-2011 - "You are tearing me apart movie!"
Ik heb heel wat slechte films gezien: “Crocodile Dundee II”, “Megalodon”, “Spion van Oranje”, “Baby Monitor: Sound of Fear”, “Avatar: The Last Airbender”, “Tycus”, het zijn enkele voorbeelden. Er is echter één film die al deze films doet verbleken in hun belabberde kwaliteit. Eén film die zo slecht is dat het gewoon niet meer leuk is. Een film die als ik de naam uitspreek of opschrijf, ik de rillingen over mijn rug krijg. Ik heb het over “The Room” van Tommy Wiseau.
Om maar te beginnen met wat feitjes, “The Room” is een ‘film’ uit 2003 en geschreven, geregisseerd, geproduceerd en geacteerd door Tommy Wiseau. Of eigenlijk moet ik zeggen, de film is deels door hem geregisseerd en geschreven, het enige wat hij volledig heeft gedaan is acteren en produceren. Helaas.
“The Room” is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een waar cultfenomeen. Ofwel je vindt het een verschrikkelijke film, ofwel je vindt het een verschrikkelijke film die zó slecht is dat ie hilarisch wordt. Ik heb de film nu twee keer gezien en kan met absolute zekerheid zeggen dat het voor mij uitstekend martelmateriaal is geworden. Ik kan er om lachen, maar nog vaker zou ik door het scherm willen kruipen, Wiseau erdoorheen willen trekken en hem persoonlijk de film door zijn strot willen duwen. Nou ja, eigenlijk heb ik veel ergere dingen in gedachten, maar die hou ik maar voor mezelf.
Laat we maar even kijken naar de film zelf.
Het eerste wat opvalt aan “The Room” is de goedkope kwaliteit: alles, maar dan ook alles ademt ‘goedkoop’ uit. Alsof je naar een afschuwelijke soap kijkt, maar dan nog erger.
En dan, in de eerste scène, komt Johnnie, gespeeld door Wiseau, zijn huis inlopen en weet je: dit is erg. Dit is heel erg. Niet zozeer omdat Wiseau de uitstraling heeft van een dode zombie, of omdat hij zijn ‘acteerkunst’ etaleert, of omdat hij zich door zijn eigen dialogen worstelt, of omdat een irritante lachje heeft. Het is gewoon alles bij elkaar. Zodra je hem ziet en hoort, vraag je jezelf eerst nog af ‘is dit een grap?’ Gaandeweg besef je dat dit geen grap is. Dit is echt. Hier hebben professionele mensen aan meegewerkt.
‘Alles goed en wel, maar waar gaat “The Room” eigenlijk over?’ Kijk maar hier: http://www.moviemeter.nl/film/59903
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de andere ‘acteurs’. Hoewel iedereen waarschijnlijk zijn best doet, is elk personage stompzinnig, oppervlakkig, raar en gewoon niet logisch. Mark (Greg Sestero), om een voorbeeld te noemen, loopt rond alsof hij half stoned is: een glazige blik in de ogen, alsof hij niet weet wat hij daar toe. Je bent niet de enige die zich dat afvraagt, Greg.
Of Lisa, (Juliette Danielle) die de hele film door zo’n stuk of vijf keer hetzelfde gesprek voert met haar moeder (Carolyn Minnott):
Lisa: I don’t love Johnnie anymore
Moeder: but darling, he provides for you!
Lisa: I don’t care, he bores me. And he hits me. And he was drunk last night.
Moeder: Johnnie doesn’t drink! By the way, I have cancer.
Lisa: don’t worry mom, it will all be fine.
Dan is er ook nog Denny, (Philip Haldiman), die nog een grotere creep is dan Jack Torrence, Leatherface, Jigsaw en Hannibal Lecter bij elkaar. Hoe Wiseau aan hem is gekomen weet ik niet en ik betwijfel of ik het überhaupt wil weten. Een voorbeeld van hoe zijn personage is:
Denny: There is something I want to talk to you about.
Johnnie: What is it Denny? You can tell me everything!
Denny: It’s Lisa.
Johnnie: What about her?
Denny: Every time I see her, I want to kiss her.
Johnnie: Denny, don’t worry so much!
Iedere man met gezond verstand zou wellicht hebben gezegd “joh, laten we dat nou maar even niet doen hè? Ik bedoel, je hebt het wel over mijn toekomstige vrouw, gore smeerlap.” Of zoiets.
Het is ook opvallend, nu ik het zo over de personages heb, hoe luchtig iedereen alles maar opneemt: kanker, jongentjes die een bepaald gevoel krijgen bij vrouwen, drugsgebruik, het lijkt niemand echt iets te kunnen schelen. Nou ja, totdat Mark met een gladgeschoren gezicht ten tonele verschijnt en het weinig scheelt of iedereen een rolberoerte krijgt. Mark loopt namelijk een hele tijd rond met een baard, totdat hij ineens zich geschoren heeft. De camera zoomt sterk in op zijn gezicht, Johnnie en zijn vrienden zijn stomverbaasd. Ik ook, dat Mark het lef heeft gehad zomaar, zonder reden, tussen de opnames door, zijn gezichtsbeharing heeft verwijderd.
En dan is er nog het einde. Johnnie propt een wapen in zijn mond en schiet zijn hersens eruit. Lisa en Mark komen geschrokken aansnellen, waarop Lisa vraagt: “is he dead?” Misschien moet ik even de situatie schetsen: Johnnie ligt in een plas bloed. Hij heeft zijn ogen dicht. Wij, de kijker, hebben kunnen zien hoe, in slow motion, Johnnie zichzelf door zijn hoofd schiet. Waarop Lisa vraagt: “is he dead?”
…
HIJ LIGT TUSSEN ZIJN EIGEN HERSENS EN DAN VRAAG JE OF HIJ DOOD IS?
‘Dat is een spoiler.’ O ja. Spoiler Alert!
Zo zijn er nog veel meer dingen waarover ik kan schrijven wat betreft “The Room”, maar ik kan het kort houden: “The Room” is de absolute anti film. Dit is alles wat cinema niet is. Dit is gemaakt door iemand zonder enige mensenkennis en een ego die groter is dan het budget van de film. Mocht je nu denken ‘goh, ik zou deze film nu toch eens willen zien’, dan raad ik dit aan:
http://thatguywiththeglasses.com/videolinks/thatguywiththeglasses/nostalgia-critic/25743-the-room
Het is een sterk verkorte versie, maar dat maakt niet uit: mocht je de film daarna in zijn volledigheid willen zien, dan is het vast wel ergens te downloaden.
‘Ja maar, dat is illegaal.’ Op een onconventionele manier verkrijgen dan.
Wat Tommy Wiseau in gedachte had tijdens het maken van deze film weet ik niet en ik betwijfel of hij het zelf ook wist. Tot op de dag van vandaag ben ik ervan overtuigd dat het allemaal één grote grap is. Ik wacht echter nog steeds op de punchline.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:11
|
Reageer |
27-12-2011 - Ongrijpbaar gemompel
Er zijn heel wat bands die door muziekkenners uitsluitend in superlatieven worden beschreven. Dit zijn bands die mijlpalen behaalden in de muziekgeschiedenis, zoals een nieuw genre uitvinden, of de collectieve gevoelens van de luisteraars vertolken: Metallica, Nirvana, Nine Inch Nails, Anthony and the Johnsons, The Doors en zo kan ik wel even doorgaan. Van de meeste bands heb ik nog zoiets van ‘ja, die is inderdaad goed’. Echter, er is één band die tot in de tiende hemel wordt geprezen en waarmee ik een liefde/haat relatie heb. Een band die volgens de fans als de critici geniaal is en zelfs verantwoordelijk voor het beste album aller tijden. En hoezeer ik hun nummers wel goed vind, toch heb ik het gevoel dat de luisteraars iets horen dat ik mis. Misschien komt dat omdat ik de lyrics negen van de tien keer niet hoor vanwege het gemompel van de zanger (ik bedoel, kom op, is er echt iemand die in één keer heeft begrepen waar Thom Yorke in godsnaam over zingt op ‘Airbag’ of ‘Nude’?), misschien omdat ik het zo langzamerhand beu ben dat deze band zo wordt opgehemeld. Ik heb het hier over Radiohead en mijn kijk op deze Engelse jongens.
De eerste keer dat ik met ze in aanraking kwam was met hun klassieker ‘Creep’. Ik zag de clip een keer op tv en voelde me direct tot deze muziek aangetrokken; heerlijk duister met een scheurende gitaar en een depressieve tekst. Ik was best nieuwsgierig naar andere nummers en vond zodoende hun debuut ‘Pablo Honey’. Eerlijk gezegd was ik teleurgesteld: ‘Creep’ was goed, maar de rest wist me niet zo te bekoren. Ik vond nog een ander album van ze, ‘Hail To The Thief (The Gloaming)’. Totaal anders, het was meer hypnotiserende muziek, maar het wist niet echt te blijven hangen. Geen ramp, sommige muziek is je smaak nu eenmaal niet.
Jaren later kwam ik terecht op de site musicmeter.nl. Op deze site stond een top 250 van de beste albums aller tijden en van wiens band stond het album op één? Radiohead, met ‘OK Computer’. Maar niet alleen musicmeter, ook de VPRO Gids en zo’n beetje alle media waren het erover eens: ‘OK Computer’ was (en is!) het beste album aller tijden en Radiohead is geniaal. Zodoende probeerde ik het album, maar net als met ‘Pablo Honey’ en ‘Hail To The Thief’ wisten de nummers mij gewoonweg niet te boeien. Hoe was dit mogelijk? Het was toch het beste album aller tijden? Ik begon steeds meer te twijfelen, wat was het toch dat deze band zo goed maakte?
Ik liet Radiohead rusten, om er jaren later weer mijn aandacht aan te schenken. En ja, er waren nummers die nu konden rekenen op meer waardering: ‘Fake Plastic Trees’ vond ik nu wel erg mooi, evenals ‘Karma Police’. Toch bleef dat gevoel knagen dat het mij niet zodanig wist te grijpen dat het gold als ‘briljant’. Het was goed, maar niet het beste van het beste. In de overtuiging dat het mij zou dagen als ik het maar vaak genoeg luisterde, blèrde Radiohead steeds vaker uit de speakers van mijn computer en de koptelefoon van mijn IPod. Het resultaat: er begon mij toch iets te dagen. Het was een bepaald gevoel wat in de muziek zat, vervreemdend en bij vlagen hypnotiserend. Dit effect is vooral het sterkst bij ‘Kid A’ en ‘Amnesiac’. In plaats van de scheurende gitaren die ‘Pablo Honey’ en ‘The Bends’ domineren, zijn er synthesizers gebruikt, waaruit soms de meest onderkoelde geluiden worden getoverd die de luisteraar in een staat van hypnose brengt. Wat dat betreft heeft Radiohead inderdaad een nieuw muzikaal genre aangeboord: de muzikale ‘mindfuck’.
Uiteindelijk zijn het drie albums van Radiohead die mij, tot nu toe, weten te raken: ‘The Bends’, ‘Kid A’ en ‘In Rainbows’.
‘The Bends’ heeft uiterst melancholische teksten die soms zo duister zijn dat je zou denken dat Thom York elk moment de hand aan zichzelf slaat. Een prachtig nummer van dit album is bijvoorbeeld ‘Street Spirit (Fade Out)’, alleen al vanwege deze zin: ‘Cracked eggs, dead birds/Scream as they fight for life/I can feel death, can see it’s beady eyes’. Donker en depressief, dat zeker, maar tegelijkertijd ook erg poëtisch.
‘Kid A’ is zo’n beetje alles wat ‘The Bends’ niet is: onderkoeld en, om het zo uit te drukken, ‘raar’. Vanaf het eerste nummer, ‘Everything in its Right Place’, wordt een gevoel van vervreemding opgeroepen. ‘Kid A’ is, voor mij althans, het beste te zien als een technovariant op David Lynch; de muziek heeft bij vlagen zo’n surrealistisch gevoel dat het naadloos in een David Lynch film zou passen.
‘In Rainbows’ neigt naar de kant van ‘Kid A’, hoewel ook gebruik wordt gemaakt van lichte rockgeluiden. Mijn lievelingsnummers zijn ‘Nude’, een milde variant op ‘Street Spirit’ en een liefdeslief (‘House of Cards’) met een prachtige opener: ‘I don’t want to be your friend/I just want to be your lover’.
Hoe enthousiast de pers meestal is over Radiohead, dit enthousiasme zal ik nooit helemaal kunnen delen en zal ik altijd wel een soort haat-liefde relatie houden met deze band. ‘The Bends’, ‘Kid A’ en ‘In Rainbows’ zijn prachtige albums, zonder twijfel, maar om Radiohead nu te zien als de schepper van ‘Het Beste Album Aller Tijden’? Nee. Hoe vaak ik ze ook beluister, voor elk goed nummer is er ook een nummer dat me helemaal koud laat. ‘Fade Out (Street Spirit)’ vind ik geweldig, ‘Planet Telex’ vind ik aardig. ‘My Iron Lung’ is prachtig, ‘Sulk’ vind ik doodsaai. ‘Creep’ is briljant, ‘Stop Whispering’ is wel grappig. ‘Electioneering’ is een heerlijk swingend nummer, bij ‘No Surprises’ val ik in slaap. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Uiteraard kan je zeggen ‘waarom maak je er zo’n probleem van? Je hoeft het niet te luisteren.’ Inderdaad, dat is zo. Maar voor mij is Radiohead net als poëzie: het doet me niet altijd iets, maar het heeft toch iets wat me fascineert, iets waardoor ik telkens weer opnieuw wil weten wat het is dat zoveel mensen aanspreekt. Echter, het is uiteindelijk de vraag of ik net zoveel aandacht aan Radiohead zou schenken als de media nauwelijks aandacht aan ze hadden geschonken.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:08
|
Reageer |
27-12-2011 - Paranormal Activity 2
Een niet zo geestige demon (Paranormal Activity 2)
2010, regie: Todd Williams, met oa: Katie Featherstone
In het kader van het dit jaar te verschijnen ‘Paranormal Activity 3’
8
(SPOILER ALERT PARANORMAL ACTIVITY !!)
Een baby die continu naar iets kijkt wat onzichtbaar lijkt voor de volwassenen. Een hond die op scherp staat en iets wil aanvallen. Een pan die vanzelf van zijn haakje valt. Het zijn slechts enkele van de vreemde gebeurtenissen die zich afspelen in Paranormal Activity 2, het vervolg op de verrassingshit Paranormal Activity.
Paranormal Activity vond ik een spannende en bij vlagen ook enge film. Het is een typische film waarbij je een soort gevoeligheid moet hebben: ofwel je vindt het spannend, ofwel het doet je helemaal niks. Ikzelf ben er behoorlijk gevoelig voor en met Paranormal Activity 2 heb ik ondervonden dat ik die gevoeligheid nog steeds heb.
De film begint 60 dagen voor de dood van Micah Sloat, vandaar dus dat je zowel hem als Katie Featherstone nog vrolijk door het beeld ziet lopen. In Paranormal Activity 2 staat de zus van Katie (Kristin Featherstone) centraal, die net is bevallen van haar zoontje Hunter. Kristin lijkt een gelukkig leventje te hebben, samen met haar man en stiefdochter, totdat er vreemde dingen beginnen te gebeuren.
De film heeft een rustige opbouw; Hunter is net geboren en de vader geeft de kijker een rondleiding door het huis door middel van zijn camera. Op deze manier maken we ook kennis met de bijgelovige huishoudster, die er heilig in gelooft dat er kwade geesten in huis aanwezig zijn. Haar bijgelovigheid wordt aanvankelijk geaccepteerd, totdat ze doorslaat en met een wierook stokje kruisen slaat in de lucht. De familie moet niks hebben van dergelijke rituelen en ontslaan haar. Vanaf dan ontstaat er een naargeestige sfeer in huis, welke door elk van de bewoners langzaam maar zeker wordt opgemerkt. De vader wil eerst niet luisteren, totdat de boel dusdanig uit de hand loopt dat ook hij de feiten niet meer kan ontkennen.
Paranormal Activity 2 is in enkele opzichten sterker dan zijn voorganger. Ten eerste worden er meer dingen verklaard, wat het algehele verhaal een extra sinistere tint geeft. Hoewel er niet al te veel uitleg wordt gegeven, zijn er wel hints naar het verleden die genoeg informatie verschaffen. Ten tweede is er extra spanning aanwezig door de aanwezigheid van de hond en de baby. De hond bijvoorbeeld lijkt naar iets onzichtbaars te blaffen en kijkt gespannen om zich heen. De baby barst op enkele momenten zomaar in tranen uit en lijkt ook iets te zien. Het derde punt is de manier van filmen. Was er in Paranormal Activity nog sprake van een zo nu en dan zwalkende camera, hier is dit probleem goed opgelost door middel van beveiligingscamera’s. Nadat er lijkt ingebroken te zijn in huis, worden er kleine camera’s opgehangen in het huis, die zo nu en dan behoorlijk macabere dingen oppikken. Doordat het beveiligingscamera’s zijn, wordt het realistische sfeertje behouden en wordt de registratie strakker.
Paranormal Activity 2 heeft echter ook een zwak punt: zijn aansluiting bij het eerste deel. Dit lijkt erg soepel te gaan en ook meer te verklaren, maar zodra je beseft wat nu eigenlijk de reden is van de paranormale verschijnselen, ga je inzien dat op sommige punten beide films niet lekker ‘klikken’. Het kan op zich wel, maar het heeft wat geforceerds, het lijkt niet helemaal te kloppen.
Op dat ene minpuntje na is Paranormal Activity 2 minstens net zo eng, en wellicht zelfs nog enger dan Paranormal Activity. Voor iedereen die het eerste deel al goed vond, zullen deel 2 minstens net zo goed gaan vinden. Misschien zelfs nog beter.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:07
|
Reageer |
27-12-2011 - Papa-paparazzi
Achter De Schermen Bij Een Videoclip (Deel 2)
Het begon goed: we moesten later aanwezig zijn, het was veel warmer dan gisteren en er kwamen ook andere mensen; nieuwe mensen ontmoeten is altijd leuk.
Bij het strand aangekomen bleek dat één van de figuranten van gisteren was aangesteld als figurantenleidster. Het effect hiervan was merkbaar: de organisatie verliep veel soepeler en de figuranten werden ook beter behandeld. De spullen werden in een busje gestopt, we waren actiever bezig, we kregen eten en drinken. Kortom, het ging veel beter dan dinsdag. Je zou bijna zeggen, wat zou er nog mis kunnen gaan?
Tijdens de opnames van een scene viel het op dat een man buiten de set bezig was met een videocamera. Ik ging er aanvankelijk vanuit dat het ging om iemand die gewoon wat plaatjes wilde hebben, tot hij ook regelmatig de lens op de set richtte. En ja, het was nu eenmaal niet de bedoeling dat men opnames ging maken van de videoclip en dus werd de man vriendelijk verzocht dit niet te doen. Wat bleek: dit was zijn werk. Nog nooit was ik met ze in aanraking gekomen, maar vandaag kwamen ze als aasgieren op ons af: paparazzi.
Nu hebben paparazzi een niet al te beste naam: ze doen alles voor een “goed verhaal” of een “mooi plaatje” (Diana?) en persoonlijk heb ik ook niets met ze. Deze dag heeft dat alleen maar bevestigd.
Het begon met twee: een oudere man die continu probeerde te filmen maar door ons continu werd gehinderd, en een dikkere man die consequent op de set zelf bleef staan. Aangezien hij dan in beeld zou komen werd hem verzocht van de set af te gaan. Zijn antwoord kwam erop neer dat hij hier stond en ook bezig was met “shooting”. Dus nee, hij was niet van plan weg te gaan.
Ik snapte eerlijk gezegd de opwinding van de paparazzi niet. Hou je toch verdomme bezig met “belangrijke” zaken, zoals de vraag hoe het gaat met Marco Borsato’s poliep. Waarom was het zo belangrijk te weten dat we hier bezig waren met een videoclip voor Laura Pausini?
Het bleek dat Laura Pausini werkte aan een grote comeback en dat alles dus nog geheim moest blijven. En zoals met de meeste geheimen was het dan ook de bedoeling dat niks zou uitlekken. Dat gaat lastig als er continu mensen met enorme fototoestellen in je nek staan te hijgen.
Naast paparazzi was er trouwens ook gewoon publiek aanwezig. De meeste mensen liepen vriendelijk een stukje om, andere banjerde doodleuk door een shot heen (“we zijn hier aan het filmen”, “ja, en ik moet naar mijn auto”.) Het was weer eens een mooie les over de Nederlandse mentaliteit en toonde aan hoe sociaal Nederlanders kunnen zijn.
Uiteraard liepen de plannen enorme vertraging op door de aanhoudendheid van de paparazzi. Toen ik even in het restaurantje zat om wat te drinken, zag ik hoe een fotograaf door het raam probeerde te kijken. Laura Pausini zat een aantal tafels verderop, het was duidelijk dat de man naar haar op zoek was. Ik kon het niet geloven: waren ze zo kinderachtig dat ze zelfs voor voyeur speelde?
Laura Pausini nam alles, moet ik zeggen, behoorlijk kalm op. Niet dat ik haar persoonlijk heb gesproken of zo (alhoewel, toen ik haar tafel passeerde heb ik wél nog gezegd, “have a nice dinner!” En ze zei mooi wel “gracias!” Het kon ook iemand anders zijn geweest, gezien het feit dat er meer personen zaten te eten, dat maakt nu echter niet uit.) maar ze deed niet zwaar hysterisch.
Omdat we toch niks konden doen, gingen we ergens in het zand zitten. Laura Pausini en nog wat meer mensen zaten binnen, ik zat met wat figuranten lekker in het zand te praten. We begonnen zelfs een heel kringgesprek waarbij iedereen zich even voorstelde.
De tijd verstreek, er kwamen meer paparazzi bij en uiteindelijk zag de regisseur zich genoodzaakt door te gaan met de opnames. Er werden wel maatregelen genomen: paraplu’s werden opengeklapt, handdoeken gespannen en iedereen vormde een dicht kluitje rondom Laura Pausini zodat de camera’s niet “per ongeluk” een deel van haar konden fotograferen.
Uiteindelijk verschansten we ons achter een soort tuinhuisachtig geval (ik heb nog steeds geen flauw idee van wat het nu precies was…) en was het een kwestie van afwachten. Hopen dat de paparazzi toch weggingen, hopen dat we normaal door konden gaan. Helaas, de paparazzi bleef zich als hongerige wolven op ons storten. Niet alleen voor foto’s, maar ook omdat ze zo “geïnteresseerd” waren in wat hier zo al gebeurde.
En zo ging het dus de rest van de dag, tot mij duidelijk werd gemaakt dat mijn functie erop zat. Ik mocht naar huis. Ik ervoer het wel als een anticlimax, ik vind het altijd leuk tot het einde te blijven, aan de andere kant was ik uitgeput. Ik wilde douchen, eten en dan slapen. Ik schudde de nodige handen, kleedde mij om en verliet de set. Er waren nog enkele paparazzi aanwezig, de meeste waren er vandoor. Gelukkig maar. Ik hoopte dat de rest van de opnames wat makkelijker verliepen.
Later werd een filmpje op YouTube geplaatst over de videoclip, verdomd als het niet was gefilmd door één van de aasgieren. Het deed voorkomen alsof de crew er een groot circus van had gemaakt. Als de paparazzi zich even normaal had gedragen, was dit nergens voor nodig geweest.
Toch kan ik niet zeggen dat ik geen leuke dag heb gehad; het was erg gezellig, ondanks de aanwezigheid van de irritante en hondsbrutale paparazzi. Ach, dit is toch hun werk. Zoals de manager van Laura Pausini zei: “you do your job, we do our job.”
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:06
|
Reageer |
27-12-2011 - Fans, geld, en heel veel wachten
Achter De Schermen Bij Een Videoclip (Deel 1)
Het begon allemaal met de vraag of ik kon figureren in een videoclip van Laura Pausini. Ik had geen flauw idee wie Laura Pausini was, het geld en het feit dat dit mijn eerste videoclip zou worden waren mijn enige motivaties om mee te doen. De clip zou geschoten worden in hippiestijl. Ik moest een foto van mezelf in hippiekleding nemen, opsturen en dan maar wachten of ik wel geschikt was. Ik ging op Google zoeken naar afbeeldingen van mannelijke hippies (ik had niet echt veel aan vrouwelijke kledij) en vond kledingstukken die de lading toch aardig dekte. Hoopte ik. De foto werd genomen en opgestuurd en al snel vergat ik het. Tot ik een bericht kreeg: ik was aangenomen. Hallo geld! En hallo vroege ochtend…
We moesten verzamelen in een hotel in de P.C. Hooftstraat. Toch niet niks, zeker niet als er een buffet met een compleet ontbijt voor je klaar staat. De crewleden wisten mij duidelijk te maken dat ik me meteen kon omkleden en verder moest wachten. En o ja, ik kon meteen de quitclaim invullen.
Ik had toch maar wat informatie over Laura Pausini opgezocht en vond uit dat ze een wereldster was. Dus geen Nederlandse zangeres die wat popliedjes zingt, maar een Italiaanse superster die zich bezighoudt met pop/rock. Op zulke momenten vraag ik me toch af onder welke steen ik heb geleefd. Deze vraag kon ik al snel wegwuiven toen ik erachter kwam niet de enige te zijn die niet wist wie Laura Pausini was: volgens mij wist de helft van de figuranten het niet.
Nadat alle figuranten waren binnengedruppeld konden we dan vertrekken. Ik had al het vermoeden dat we naar buiten zouden gaan aangezien de productieleidster mij had verteld dat we in een park zouden filmen. Voor de meeste figuranten was het echter een verrassing. De verrassing was des te groter toen bleek dat ons vervoer een klein hippiebusje was; een geelgekleurd busje, inclusief grote afbeeldingen van bloemen erop geplakt. We stapten in (nadat de nodige foto’s waren gemaakt) en vertrokken naar de bestemming. Tijdens de reis werden we zorgvuldig nagestaard door argeloze voorbijgangers die ofwel hun best deden ons te negeren ofwel ons enthousiast groette.
.
We kwamen aan in het Amsterdamse Bos en de camera begon te draaien: armen door de raampjes steken (hier en daar een hoofd) en doen alsof we een leuke tijd hadden. Het “peace teken” was hierbij uiteraard een veelvoorkomend gebaar. Daarna werden we gedropt bij een grasveld: zoals het hoort bij figureren, moesten we wachten. Zo nu en dan trok een regenbui over en zaten we met zijn allen opeen gepropt onder kleurige parasols op een terras. Gezien de taalbarrière wist niemand wat er precies gebeurde en iedereen zat het maar een beetje af te wachten. Een enkele keer mochten een paar mensen iets doen, verder gebeurde er nauwelijks iets. En ergens vanaf dat moment ging het mis.
Ik schat in (hoewel statistiek nooit mijn sterkste kant is geweest) dat bij figureren zo’n negentig procent van de tijd bestaat uit wachten en tien procent uit daadwerkelijk figureren. Ook hier was dat het geval, hoewel er wel een groot verschil was met andere klussen: de absolute lak van de productie wat betreft de figuratie. De communicatie was beneden peil, niemand wist wat er te gebeuren stond en meer dan eens had ik het idee dat we aan ons lot werden overgelaten. Daarbij kwam dat het waarschijnlijk ging uitlopen. We waren ingehuurd tot 18.00 uur, maar het zou later worden (en de vraag was maar of dit zou worden uitbetaald). Hoewel de precieze reden voor mij onduidelijk is gebleven, heb ik wel zo’n vermoeden: fans.
Laura Pausini moet hebben gedacht ‘goh, laat ik eens wat leuks doen voor mijn fans: ik ga op mijn website een wedstrijd organiseren en dan mogen enkele fans mij ontmoeten.’ Dat is erg leuk, niet alleen ontmoet je je grote idool, je kunt ook nog eens de opnames van een videoclip meemaken. Dus stond ineens een fanclub van Laura Pausini op de set. Het type fanclub dat bestaat uit mensen die werkelijk alles weten van Laura Pausini en haar adoreren als een Godin. Ik ben zelf fan van Stephen King, dus ik snap dat je als fan diep onder de indruk bent als je je idool “live” ontmoet. Maar dit ging toch een stapje verder: zodra Pausini’s auto arriveerde trokken enkele enthousiastelingen een sprint om bij haar te komen. Ze nam de tijd om haar fans te introduceren aan haar complete aanhang, bestaande uit assistenten, visagisten en bodyguards. De fans gaven haar cadeaus (tasjes met onbekende inhoud en volgens mij ook chocolade) die Laura Pausini dankbaar in ontvangst nam, waarschijnlijk nadat de “goodies” gecontroleerd waren door haar bodyguards.
Het is erg leuk als je zoiets organiseert voor je fans. Het is niet leuk als hierdoor nog meer verwarring ontstaat bij de figuranten, de fans meer aandacht krijgen en de hele planning verder uitloopt. Ik vind het best als er fans aanwezig zijn, maar niet als de figuranten vervolgens aan de zijlijn wat staan toe te kijken.
De slechte zorg leidde ertoe dat mensen gingen bellen naar het castingbureau. Het bereik was echter belabberd waardoor ook deze communicatie uiterst moeizaam ging. Toen arriveerde op een blackberry van een figurante een mail waarin stond dat als er nauwelijks werd gecommuniceerd en we geen eten kregen (we hadden twee broodjes met ham en kaas gekregen. Op zich waren de broodjes wel te eten, maar goed, je verwacht toch dat je iets meer krijgt wanneer je zolang moet werken.) en de werkzaamheden uitliepen zonder dat er meer betaald werd, het bureau achter ons stond. Maar dan moesten we wel actie ondernemen en het werk direct neerleggen. Ik voelde mijn hart als een razende bonken. Zou dit echt doorgaan? Ja. Het gebeurde echt.
Nadat de mail was gelezen, werden snel de andere figuranten ingelicht. De productieleidster riep dat we naar onze plaatsen moesten, maar dit werd genegeerd. Lichtelijk in paniek kwam ze bij ons staan en wist de onvrede tijdelijk te sussen door ons te garanderen dat we nog één shot zouden filmen en dan de problemen zouden bespreken. Zo gezegd, zo gedaan. Het shot werd gefilmd en de groep kwam bij elkaar om zijn beklag te doen.
Voor het geklaag losbarstte, verzekerde de productieleidster ons dat we extra betaald zouden krijgen voor extra uren. ‘Hoeveel dan? Want voor tien of twintig euro doe ik het echt niet’ hoorde ik verscheidene mensen zeggen. Iedereen schreeuwde door elkaar en ik stond er met grote ogen naar te kijken. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Als deze chaos langer zou duren, zou het helemaal uitlopen. Ik liep om de groep heen en zei tegen de productieleidster dat we wilden weten hoeveel we dan extra zouden krijgen. Ze wilde bellen met het kantoor, maar kwam niet boven de groep uit. Ik draaide me om, haalde diep adem en brulde vanuit mijn tenen “HALLO!” Iedereen was in één klap stil (leve mijn theaterervaring) en luisterde naar wat de productieleidster te vertellen had. We zouden nu pauze nemen en wat eten. We liepen naar het restaurant toe waar de eigenaren razendsnel pasta hadden klaargemaakt voor zo’n veertig personen (respect nog voor deze mensen). Hier en daar waren nog klachten te horen, maar daar trok ik me niet te veel van aan. De rest van de dag verliep zonder verdere problemen.
Op het einde namen we dan eindelijk een zingende Laura Pausini op. Het shot moest nog een keer worden gedaan, nu van de achterkant. En nog een keer voor de voorkant. En nog een keer vanuit weer een andere hoek. En nog een keer met bandleden erbij. En nog een keer in het Spaans. En nog een keer in het Italiaans. En nog een keer in het Engels. En nog een keer…
Rond 22.00 uur was het afgelopen. We stapten de hippiebus in die pas zo 22.15 het startsein kreeg om te vertrekken. De bus stopte niet bij het hotel, waardoor nog enkele klachten waren dat ze dat stuk nog moesten lopen.
De bus reed verder naar CS, ik nam mijn tram naar huis. Ik had me tevens voor de Woensdag opgegeven en zocht alvast op waar in godsnaam ‘Blijburg’ was. We moesten op een strand zijn en ik zag al voor me hoe we trillend van de kou in het zand stonden terwijl we een “happy situation” moesten uitbeelden. (De regisseur had het continu over een “happy situation”, en om meteen de ambiguïteit hiervan weg te nemen, we moesten gewoon vrolijk zijn, op zijn hippies.)
Ik had afgesproken met enkele figuranten op het CS, dus het zou wel goed komen. Ik kroop in bed en vroeg me af wat ons de volgende dag te wachten zou staan.
Nou, heel wat.
Wordt vervolgd…
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:04
|
Reageer |
27-12-2011 - Lost
Still Lost, or On The Road?
(Pas op: kan spoilers bevatten!)
Maandag 31 mei was een speciale dag voor me. Niet omdat ik de laatste repetitie had van een toneelstuk, of omdat ik de dag zou gaan optreden (uiteraard speelden die dingen ook mee, maar het ging niet alleen dáárom), maar omdat ik de laatste aflevering van Lost heb gezien. Mijn ouders hadden de aflevering voor mij op band opgenomen, gezien ik de dag van uitzending mij op Pinkpop bevond.
Zo achteraf gezien is het best wel grappig. Toen we voor de allereerste keer naar Lost zouden kijken, was ik niet echt enthousiast. Het was vooral mijn vader die er erg nieuwsgierig naar was. Ik las even de recensie door, en dacht, ‘eigenlijk wil ik iets anders zien, maar waarom ook niet…’ Dat is alweer zes jaar geleden, als ik me niet vergis. Nee toch? Per jaar een seizoen, dacht ik… (even checken op imdb) Ja, het klopt: de eerste aflevering werd in 2004 uitgezonden. Toen was ik vijftien. En zes jaar later, dan eindelijk de grote finale. (Bijna) alle vragen beantwoordt. Hoewel er toch nog dingen zijn die niet helemaal worden opgehelderd, vond ik het einde toch zeer bevredigend. Inderdaad, ik moest het eerst even laten bezinken en er wat forums op naslaan, maar uiteindelijk heb ik me dan toch een beeld kunnen vormen van hoe het in elkaar steekt. Een globaal beeld. Voor de details heb ik nog wat tijd nodig.
Zoals ik dus al zei, was het in eerste instantie mijn vader die het wilde zien. Al snel vonden we de serie erg goed en bleven we ernaar kijken. Tot mijn vader zich terugtrok en ikzelf aan de serie verslaafd raakte. En ik moet toch eerlijk zijn: ik vind Lost, samen met Twin Peaks, één van de meest geniale series die ik ooit heb gezien. Elke week werd er uitgekeken naar een nieuwe aflevering, waarbij we werden geïntroduceerd in ‘The Others’, het ‘Dharma Initiatief’, het ‘Rookmonster’ (aka ‘Smokey’), ‘The Numbers’, en in de vele andere geheimen die het eiland rijk is. Nogmaals, niet alle vragen werden beantwoordt en dit heeft mij redenen gegeven om de volgende vraag te formuleren. Toen de schrijvers bezig waren met de serie, wisten ze toen al hoe het zou eindigen? Op imdb ben ik deze vraag ook al tegengekomen, en tot mijn opluchting bleek het zowel ja als nee te zijn. ‘Ja’ op dat ze wisten hoe ze zou gaan aflopen en ‘nee’ over enkele kleine dingen, zoals bepaalde personages en het Dharma initiatief.
Waarom ik daar toch opgelucht over ben? Ik zou de gedachte niet kunnen verdragen dat de scenaristen zich in iets storten waarvan ze de uitkomst niet zouden weten. Ik kan daar niet tegen. Je creëert allerlei vreemde elementen, en op het einde moet je het maar aan elkaar zien te breien. En die gedachte benauwt me heel erg; wat nu als je er geen antwoordt op kunt vinden? Gelukkig hadden ze het antwoord. Zij het niet voor alles, maar toch wel voor de belangrijkste dingen.
De serie heeft voor mij (nu al) een sentimentele waarde gekregen. Ik ben zo ongelooflijk getroffen door de tijd die is besteed aan het uitdiepen van de personages en aan het langzaamaan ontvouwen van het plot. In zekere zin is Lost één uitgerekte trip, een soort urenlange mindfuck, waarbij je je na afloop afvraagt wat je eigenlijk hebt gezien. In zekere zin zou je het kunnen zien als het antwoordt op de volgende vraag: wat krijg je als je Stephen King en David Lynch samen op een eiland zet?
Ja maar, roepen de sceptici uit, hoe zit dat dan met die nummers? De ijsbeer? Waarom zagen we niet iedereen terug in de Kerk? En waarom was er toch een bepaalde parallel tussen die geestenwereld en de realiteit op het eiland (als Jack zich op het eiland verwond, zie je dat terug in de andere realiteit)? En hoe zit het nu met dat tijdreizen? Mijn antwoord daarop is simpel. Ik weet het niet, gebruik je verbeelding. Ga wat forums na. En mocht je echt wanhopig zijn op zoek naar antwoorden, dan raad ik diegene dit filmpje aan: http://thatguywiththeglasses.com/videolinks/thatguywiththeglasses/cs/11035-cslost
Alles wat ik wil zeggen is: ik vond de serie awesome. En daar blijf ik ook bij.
De serie deed mij uiteindelijk qua sfeer heel sterk denken aan films als Mulholland Drive, Lost Highway en Jacob’s Ladder. Ook allemaal verhalen die zich afspelen tussen realiteit en waanzin. Precies de juiste termen voor Lost: het is zowel realistisch als waanzinnig.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:03
|
Reageer |
27-12-2011 - Verlossing
Mijn ogen kruipen over de pagina’s, hoewel ik de inhoud ervan niet opneem. Bovendien, al zou ik mijn best doen, het zou me toch niet lukken. De spanning die in de kamer hangt is te sterk om me te concentreren op de inhoud van het boek. De reden dat ik toch een poging onderneem het boek te lezen, heeft ermee te maken dat ik wil proberen de tijd sneller te laten verlopen.
Het was een zonnige dag toen ik wachtte op het verlossende telefoontje van mijn mentrix. Moeilijk te geloven, maar dat telefoontje zou heel erg veel bepalen. Er waren twee mogelijkheden: ofwel ik was geslaagd, ofwel ik was gezakt. Er was geen tussenweg, het was het één of het ander. Slechts twee opties, opties die zouden bepalen hoe ik later zou terugkijken op de middelbare school; als iemand die succesvol de Havo heeft afgerond, daarna nog twee jaar Vwo heeft gedaan en in één keer slaagde voor zijn examen, of als iemand die de Havo in één keer wist af te ronden, maar op het allerlaatste moment, op het Vwo, nog bleef steken. Eerlijk gezegd zou ik dat niet hebben aangekund. De gedachte dat ik, op het allerlaatste moment, nog zou kunnen struikelen was echt verschrikkelijk. Het lag binnen handbereik, mijn toekomst. Het was slechts één telefoontje van me verwijderd.
En toen ging de telefoon. Midden in een gesprek tussen mij en mijn moeder. Ze stond klaar met fototoestel en al en zei “o mijn God”, en met bevende handen pakte ik de hoorn op.
“Hallo?” zei ik, terwijl ik mijn stem in de gaten hield. Ik hoefde maar één ding te weten: ja of nee. Een tussenweg was er niet. Alleen maar ja of nee.
Wat ik hoorde was geen ja of nee. Het was een onbekende vrouw. Doordat ik strak stond van de zenuwen hoorde ik haar wel, maar hadden haar woorden voor mij geen enkele betekenis. Het was alsof ik een gesprek had met iemand uit een andere dimensie. Het was zo absurd dat ik wat verward naar de hoorn keek. Zonder een woord te zeggen hing ik op.
Het boek lag dicht naast me op de bank, ik was amper door de eerste pagina gekomen. Hoogstens op de helft, of misschien maar op een kwart. Het enige wat ik kon doen, was voor me uit staren, kijkend naar de getallen op de digitale wekker.
Ik zat te denken aan een mogelijk ‘later’. Zou ik later weer in de klas moeten zitten, opnieuw kennis moeten maken met een nieuwe groep? Ik zag daar al zo tegenop toen ik in de Vwo kwam. Een hele nieuwe groep ontmoeten, als ik ergens wel niet op zat te wachten… Op zich ben ik sociaal niet zo heel slecht, ik ben erg makkelijk in de omgang. Maar een hele nieuwe groep ontmoeten voor de eerste keer, dat is toch weer een heel ander verhaal. Ik had indertijd het gevoel alsof ik voor de leeuwen werd gegooid, maar achteraf viel het toch mee; het duurde amper een week, of ik voelde me helemaal thuis in mijn nieuwe klas. En voor zover ik weet, is dat nog nooit eerder gebeurd. Maar of zoiets weer zou lukken, ik weet het niet.
Eén telefoontje. Eén. Toen ik op de Havo zat, werd ik niet gebeld, dat kwam door de bibliotheek. Ik werkte daar als opruimmedewerker, en toevallig moest ik die dag op school zijn, waarvoor weet ik niet meer. Uiteindelijk moest ik over een uur naar de bibliotheek toe gaan en het had geen zin om eerst naar huis te fietsen om te wachten op het verlossende bericht, om daarna weer terug te rijden naar de bibliotheek. Ik moest vanuit school gaan en ik weet nog goed hoe ik zwaar in de zenuwen zat. Ik sprak met mijn docent economie, die mij mededeelde dat het examen economie bij mij tegenviel. In feite was het hele gemiddelde van de klas door mij omlaag getrokken. Leuk, kon ik echt gebruiken. De verlossing kwam toen ik mijn toenmalige mentrix tegenkwam, die de resultaten moest doorbellen. Ik liep met haar mee en ze liet zien dat ik geslaagd was.
Nu werk ik al lang niet meer al opruimmedewerker, maar heb ik een bijbaan als vakkenvuller. In plaats van Dickens, King en Browning vul ik nu pasta’s, koekjes en chips. Dat is zogezegd mijn standaardgrap. Niet dat veel mensen daarom moeten lachen.
Ergens is het wel grappig; in mijn herinnering duurde het kort, maar als ik er over nadenk, duurde het wel degelijk een tijd voordat ik eindelijk iets te horen kreeg. Toch wel zo’n uur of… anderhalf? Er zijn weinig momenten geweest dat ik zo verschrikkelijk nerveus was als dat moment. Behalve misschien bij het afwachten van de resultaten van de cijfers voor muziek.
We hadden het goed verknald, toen. Het jaar ervoor was het nog enigszins te redden geweest, maar dit keer… Het was slecht, en dat was nog een understatement. Zelfs de mensen die het normaal gesproken goed deden, hadden zwaar onder de maat gepresteerd. Nee, voor ons was het duidelijk, dit keer was er geen redden meer aan. Het wachten was zenuwslopend geweest. Enkele probeerde nog grapjes te maken, maar iedereen zat bij een raam, kijkend naar de binnentuin door het schimmige glas, en zat zich af te vragen (denk ik) hoe het zo mis kon zijn gegaan. Maar goed, zoals iemand toen opmerkte: ‘als je er jaren later naar terugkijkt, zul je er alleen nog maar om kunnen lachen’. En eerlijk gezegd, een beetje doe ik dat wel.
Wederom ging de telefoon. Ik sprong op, greep de hoorn en probeerde mijn stem niet te laten beven. Wachtend op het verlossende antwoord, moest ik me nog in allerlei bochten wringen zodat ik goed op de foto kwam. Ja of nee. Een tussenweg is er niet. Een simpel telefoontje beantwoord de vraag over mijn verdere toekomst. Ja of nee. Dat is alles wat ik wil weten.
Het was ja. Ik was geslaagd.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:01
|
Reageer |
27-12-2011 - Rammen op Pinkpop Recensies in één woord Voorwoord
Vrijdag 26 mei 2010 ben ik voor het eerst naar Pinkpop geweest. Een spectaculair muziekfestijn wat je echt moet meemaken om te beseffen wat voor gekkenhuis het eigenlijk is. Überhaupt is het een gebeurtenis die je minstens één keer in je leven moet hebben meegemaakt.
Tijdens Pinkpop bedacht ik dat het mij wel leuk leek om er een verslag van te maken. Er was zoveel te zien wat mij fascineerde en ook zeker indruk op me heeft gemaakt. Terwijl ik naar sommige bands luisterde, besefte ik echter dat ik ze ongemerkt in mijn hoofd aan het recenseren was. Ik gaf ze een bepaald aantal sterren en in mijn hoofd bedacht hoe ik ze zou kunnen beschrijven. En ja, waarom zou ik dat eigenlijk niet doen? Het was eens iets anders.
Wat ik uiteindelijk heb gedaan is het volgende: eerst heb ik een bepaald aantal sterren gegeven, met een maximum van vijf. Vervolgens heb ik in één woord mijn impressie van de act samengevat. Dit woord zegt dus niks over louter de muziek of de kwaliteit van de zanger of zangeres, maar is mijn impressie van de act als geheel. Daarna volgt een al dan niet kort of lang verslag van de act.
In totaal heb ik vijf acts geselecteerd en beoordeeld, namelijk Epica, Sungrazer, Kasabian, Motörhead en Rammstein. Ik heb deze geselecteerd omdat ik alleen bij deze aanwezig ben geweest, dus denk nu niet dat ik expres bands heb overgeslagen. Ik stond namelijk alleen bij de converse stage en de main stage.
Tot slot, onthoud dat het gaat om mijn eigen mening. Mocht je het er dus niet mee eens zijn, dan ben jij degene met de slechte smaak J.
De Acts
1e Act: Epicaa.
***
Wervelend.
Al van verre waren de dreunende, Gothische klanken van deze band te horen, vermengd met een opera tint. Het was spectaculair om te zien en het was ook heel erg goed, ware het niet dat de band één mankement had; na zo’n drie, vier nummers had je het wel gehoord.
Het begin was absoluut fenomenaal; de hoge stem van de leadzangeres, het gegrom van de gitarist, de dreunende gitaren, en het hele sfeertje dat eromheen was gebouwd. Maar op een gegeven moment word je de grommende stem van de zanger beu en zou je toch willen dat hij eens iets anders deed. Zich richten op het gitaarspel bijvoorbeeld. Ik had de indruk dat hij iets te veel zijn best deed een Gothic/Metal sfeer op te roepen, terwijl deze al ruimschoots aanwezig was. Het gegrom voegde daar uiteindelijk niks aan toe. Het was op een gegeven moment eerder lachwekkend.
De zangeres vond ik wel goed, voornamelijk om haar imitatie van een spook door middel van haar stem. Deze had een hoog bereik, en wanneer ze ‘oeoeoehoehoeoeoe’ (of zoiets dergelijks, het is nogal lastig om op te schrijven) deed, zou je haast geloven dat er op het podium daadwerkelijk een geest aanwezig was. Maar ja, na zo’n drie kwartier heb je dat ook wel gehoord.
Wat ook hoort bij zo’n optreden is woest met je lange haren schudden. Nu gaat dat behoorlijk lastig met mijn krullen, maar de zangeres en de andere bandleden hadden wel degelijk lang haar en lieten zien hier goed mee te kunnen schudden. Het gaf het optreden iets extra wervelends. Andere mensen volgden het voorbeeld, hoewel ik niet heb kunnen zien hoeveel mensen.
Nogmaals: na zo’n drie nummers weet je het wel. En ik weet dat dat voor meer bands geldt, maar laten we wel wezen: een goede band zorgt toch voor een béétje variatie. Nu zat er wel een zekere afwisseling in toen de zangeres een ballade ging zingen, maar ikzelf was er niet echt van onder de indruk. Het was goede muziek, en ik heb er zeker van genoten, zeker toen ik het begin hoorde. Toch, ergens was ik uiteindelijk toch ook wel blij toen ze klaar waren.
2e Act: Sungrazer.
****1/2
Lynchiaans.
Deze band was, wat mij betreft, dé verrassing van Pinkpop. Ik had niet veel hoop met deze band, omdat ze nog niet waren doorgebroken en ik hun muziek niet kende. Gelijk bij hun eerste nummer deed het mij denken aan de sfeer van ‘Call me an angel’ van Claw Boys Claw; wat melancholisch, maar dan wel met een flinke psychedelische saus, die zich transformeerde in een buitengewoon overheersende smaak, en tot een ware explosie kwam. Daarom vond ik deze band echt heel er goed. De psychedelische sound die ze maakten, vermengd met flinke Rock/Metal elementen, zorgden ervoor dat ikzelf (en het hele publiek) helemaal loskwamen.
Het was ook juist die combinatie van geluiden die de band in mijn oren uniek maakte. Enerzijds is dit muziek die je als het ware hypnotiseert, terwijl je aan de andere kant ook gewoon wil springen en schreeuwen. Enerzijds is er de tranceachtige staat waarin de muziek je brengt en aan de andere kant ook weer de adrenaline pompende gitaardreunen die door je lichaam razen.
Maar ja, nu zeg ik wel ‘uniek’, ondertussen heb ik op forums gelezen over andere bands die dit ook doen, zoals Queens of the Stone Age. Nu ken ik die band niet goed genoeg, en die andere bands al helemaal niet, en kan ik dus zeggen dat Sungrazer voor mij uniek is.
Zo nu en dan had ik het idee dat deze muziek het uitstekend zou doen in een film van David Lynch. Het voelde broeierig aan, kroop onder je huid en wist je in een bepaalde trance te brengen. Nu moet ik wel eerlijk zijn dat die overweldigende magie van de eerste keer (ik heb de nummers op YouTube nog eens beluisterd) er wel van af is, maar dat doet verder geen afbreuk aan de muziek die deze band maakt. Wat mij betreft is dit een nieuwe favoriet van mij. In de gaten houden, deze jongens!
3e Act: Kasabian.
**1/2
Lauw.
Mij werd deze band aangeraden omdat ie… Nou ja, goed zou zijn. Nam ik aan. En omdat ik ook eens wilde zien hoe het zou zijn om een band van heel dichtbij te zien, besloten mijn vriend en ik om ons naar de eerste rang te begeven. We hadden ons de moeite kunnen besparen. Niet zozeer omdat ik het er van een afstand beter uit vond zien, maar ook omdat ik de band zelf niet echt denderend vond.
Op zich mankeerde er niks aan de muziek; die was wel lekker, dus wat dat betreft vier sterren. Tot de zanger begon te zingen. Hij was geen slechte zanger, alleen vond ik hem erg populair doen naar het publiek, met als absoluut hoogtepunt (of dieptepunt) ‘Where is the sun? We must have the sun!’ Juist. Min één ster. Het deed me denken aan Woodstock, waarbij men probeerde de regen tegen te houden. Het enige verschil was dat men toen daadwerkelijk als één massa probeerde de regen de bedwingen. Wellicht dat nu ook wat mensen enkele pogingen deden om de zon te voorschijn te halen, maar naar mijn idee was de meerderheid van mening dat de zanger zich het beste bezig kon houden met zingen.
De manier waarop ze begonnen deed smaken naar meer. Alleen bleek de verdere smaak bijzonder lauw te zijn. Het zakte naar mijn idee wat in. Het kon uiteraard ook samenhangen met het feit dat ik mijn interesse verloor; op een gegeven moment was ik meer bezig met op mijn horloge te kijken om te zien hoelang het nog zou duren, dan dat ik op de muziek lette. Op zich vond ik dat wel zonde. Als het meer pit had gehad, had ik het nog wel kunnen houden op drie sterren, misschien zelfs drie en een half. Nu vond ik het net niet de moeite waard; de lauwe smaak was te overheersend.
4e Act: Motörhead
****1/2
Snel.
Wat te zeggen over Motörhead, behalve dan dat ze hebben bewezen het nog steeds te kunnen. Dat klinkt nogal vreemd om in mijn recensie te lezen, aangezien ik maar één nummer van ze ken: ‘Ace of Spades’. Ik heb dus geen enkel idee hoe hun andere nummers gaan en ik heb ze ook nooit gevolgd. Ik bedoel het dan ook meer op deze manier: voor oude rockers, die eruit zien alsof ze hun beste tijden hebben gehad, rockten ze goed. Behoorlijk goed zelfs. De enige reden dat ze geen vijf sterren kregen, was om dezelfde reden als bij Epica: op een gegeven moment weet je het wel. Dan lijken alle nummer hetzelfde te zijn. Deze nummers waren wel erg lekker, maar toch was het te repetitief.
De zanger was een geval op zich. Enkele keren sprak hij het publiek toe, waarbij hij ongetwijfeld grappige dingen zei, maar ik verstond er alleen helemaal niks van. Ik voelde ook enigszins verwarring in het publiek; moest men nu lachen of niet? Ook tijdens het zingen verstond ik er nauwelijks wat van, waardoor het een tikje aan de eentonige kant begon te raken. Maar desondanks waren ze één van de grote uitschieters van de dag.
De band bleek trouwens te beschikken over een ijzersterke troef; de drummer. Tijdens een intermezzo gaf deze een solo weg om ‘u’ tegen te zeggen. Een ware masterclass in drummen, waarbij het even leek alsof de drummer de drumgod zelf was die de stokjes in handen had en op meesterlijke manier zijn drums bespeelde. Op een gegeven moment begon je jezelf langzaamaan af te vragen of dit wel menselijk was; de snelheid was ongeëvenaard. Het vatte eigenlijk de hele act samen: snel en heel erg lekker.
5e Act: Rammstein
*****
Tsja. Zoveel woorden, zo weinig keus. Episch, geweldig, briljant, spectaculair, overweldigend, gruwelijk… Dan toch maar de eerste:
Episch.
Rammstein was de band waarvoor ik naar Limburg was afgereisd. Rammstein was voor mij de enige reden om om 07.00 ’s ochtends op te staan, om daarna nog zo’n uur of vijf met de bus te reizen, tussen twee pits in te zitten en de dag erna (vandaag dus) pijn te hebben in mijn rug, armen, benen, na de openingsdag in Limburg te verdwalen... Rammstein was degene voor wie ik al die moeite heb genomen. En eerlijk is eerlijk, het was het waard en ik zou het zo weer doen. Zonder twijfel.
Als diehard fan van Rammstein wilde ik verzekerd zijn van een goede plek, en dus stonden we zo’n half uur, drie kwartier van te voren op het veld. Goede keus; vijf minuten later stond zo’n beetje iedereen (een slordige 50.000 mensen) klaar om uit hun dak te gaan. Het stond helemaal vast en het was onmogelijk om je uit de mensenmassa te wringen. Ik denk dat het er van boven uit moet hebben gezien als één uitgestrekt veld van mensen, samengesmolten tot één massa dat schreeuwt en smeekt om op de rammende klanken van een Duitse band helemaal los te gaan. Er zweefde een luchtballon voorbij en ik weet zeker dat inzittenden het met bovenstaande beschrijving eens zijn.
Eigenlijk waren er wel twee nadelen; de band begon tien minuten te laat en speelde ‘Rammstein’ niet. Nu zou dat normaal gesproken puntenaftrek betekenen. Ze hebben deze nadelen echter ruimschoots (en dan bedoel ik absoluut ruimschoots) overtroffen. G********** (vul zelf maar in, zo moeilijk is dat niet), zó geef je dus een concert. Als Metal/Rockband dan. Jan Smit zie ik dit niet zo snel doen.
In eerste instantie verwachtte ik er niet zoveel van. Immers, het Pinkpop podium is niet zo groot. Niet dat de zes heren zich daar iets van hadden aangetrokken; vuurwerk, rook, vuurpijlen, vuurwerk aan kabels, explosieven, alles kwam voorbij. Inclusief Flake in een rubberboot voor een crowd surf, en Till Lindemann op een gigantisch kanon tijdens het nummer ‘Pussy’, waar confetti en (volgens mij) veren uit werden geschoten.
Voordat het allemaal begon, hing er voor het podium een gigantisch doek. Toen ze begonnen met ‘Rammlied’, viel eerst dit zwarte doek naar beneden, waarna een reusachtige vlag van Duitsland zichtbaar werd. Daarna verdween ook deze, zodat de bandleden zichtbaar werden. Iedereen ging zo zwaar uit zijn dak, dat er twee ruwe pits ontstonden, mensen met elkaar op de vuist gingen en iedereen stond te springen van enthousiasme. Wat ik echter echt geweldig vond, was dat iedereen de lyrics meezong. Het gaf een gevoel van verbondenheid; iedereen kende Rammstein, iedereen wist hoe de nummers gingen en zong uit volle borst mee. Bij volgens mij ‘Sonne’ echode de stem van het publiek zelfs tot helemaal over het terrein.
Over de nummers gesproken; eerst was ik bang dat ze alleen nummers zouden spelen van hun nieuwste album (‘Liebe Ist Für Alle Da’), maar die angst was ongegrond. Van ‘Herzeleid’ (‘Du Riechst So Gut’), tot ‘Rosenrot’ (‘Bensin’), uit bijna elk album kwam wel iets langs. En op dat moment viel me iets op. Ik had het idee dat sommige nummers live briljant werden gezongen. Sterker nog, ik vond sommige nummers live veel beter dan op de cd’s. ‘Haifisch’ bijvoorbeeld vond ik op de cd eerst niet zo bijzonder. Tijdens het optreden bleek het echter een rammnummer van formaat te zijn. Je maakt het niet vaak mee: artiesten die live nog beter blijken te zijn. Het maakte Rammstein alleen maar briljanter. En eerlijk gezegd vind ik het zó surrealistisch ze live te hebben gezien, dat ik nog bezig ben het te verwerken.
Het moge dus duidelijk zijn; Rammstein was hét hoogtepunt van de dag. Toen we terug wilden keren naar de bus, keek mijn vriend achterom en riep dat dit echt ‘ziek’ was. Ik draaide me om. Wat ik zag deed me denken aan Koninginnedag dit jaar, toen het hele Leidseplein vol was gestroomd met mensen. Alleen was dit nog veel groter. 50.000 mensen die tegelijk naar de uitgang drongen om weg te gaan. Een oceaan van mensen, sommige zwaar dronken, sommige zwaar opgefokt. En na het overweldigende optreden van Rammstein, was deze laatste ademloze indruk perfect om de dag mee af te sluiten.
Gepost door: Sammie22 op 27-12-2011 om 21:00
|
Reageer |
23-12-2011 - Absurdisme op de planken
Een ode aan Droog Brood
Volgend jaar is het zover: dan komt de nieuwste voorstelling van Peter van de Witte en Bas Hoeflaak (beter bekend onder de naam Droog Brood) in het theater. Dat wordt Oorlog heet hun nieuwste vondst en ik kijk er, als Droog Brood fan, halsreikend naar uit. Ik verwacht dat velen de wenkbrauwen even zullen optrekken/fronsen bij het lezen van dit stuk. ‘Droog Brood?’ Ja, Droog Brood. Hoewel ze worden gecategoriseerd als cabaret, is Droog Brood meer dan dat. Het is abstract, vreemd, tegen de stroom in. Daar waar cabaretiers gebruikmaken van de actualiteit, doet Droog Brood iets heel anders: het zoomt in op de mens zelf. Communicatie, egoïsme, het komt allemaal aan bod, tot in het absurde uitvergroot in bekende situaties. Of ze hebben over de smurfen, zingen over pimpelmezen die hun nek breken en spelen woordspelletjes die vreemde wendingen nemen. Ook dat is nog mogelijk in hun voorstellingen. Droog Brood is niet voor iedereen: je vindt het doodsaai of hilarisch. Sinds ik in het programma Andermans Veren het smurfenlied van ze zag (http://www.youtube.com/watch?v=JqJH7Sh4Ndc) was ik weg van dit droogkomische duo. Vanaf Omwille van de smeer heb ik ze live gezien en daarna al hun volgende voorstellingen. Juist omdat volgend jaar eindelijk hun nieuwste wapenfeit op de planken is te bewonderen leek het mij een leuk idee al hun voorstellingen tot nu toe te behandelen. Ik presenteer hierbij: Absurdisme op de planken, een ode aan Droog Brood!
Teer, 2001 ***1/2 Ik had al Scènes voor de mensen, Omwille van de smeer, De kip met de gouden enkels en Een frisse wind gezien, dus mijn verwachtingen voor Teer waren hooggespannen. Eerlijk is eerlijk, ze bleken te hoog. Hoewel grappig, is Teer echt bedoeld voor de liefhebber. Niet alleen uiterst abstract, maar ook stijfjes en ontoegankelijk. Uitschieters zijn het inmiddels klassieke smurfenlied, maar ook een woordspel en een poging tot interactie met het publiek. Terwijl een zichtbaar nerveuze Peter van de Witte een verwoede poging doet om een gesprek aan te gaan met een vrouw, neemt deze interactie gaandeweg zulke bizarre vormen aan dat hij het uiteindelijk maar opgeeft. Het moet worden gezegd, dat stijve hoort er wel bij, het is toch een soort handelsmerk van Droog Brood. Maar het komt niet altijd over. Bij de interactie met het publiek bijvoorbeeld klinkt er wel wat gegrinnik, maar verder lijkt de lach niet te komen. In hun volgende voorstellingen komt dit onhandige aspect ook naar voren, maar wordt het toch op een soepelere manier gebracht. Teer is, zeker als je niet houdt van Droog Brood, taaie kost. Voor de liefhebbers is dit echter een aardig kleinood waar toch nog veel om te lachen valt.
Uitschieters: -Proloog (Cool) -Toneellezen -Smurfenlied -Stand Up -Ballonnen -Pimpelmees -Woordspel Scenes voor de mensen, 2003 **** Beter te behapstukken dan Teer. Hun tweede voorstelling is niet alleen toegankelijker, Peter van de Witte en Bas Hoeflaak lijken nu ontspannen met elkaar en het publiek om te gaan. Dit komt ook de sketches zeer ten goede. Voelden deze in Teer soms nog wat geforceerd en waren enkele overgangen iets te abrupt, in hun tweede voorstelling lijkt alles meer als een geoliede machine te lopen. Het komt ook wat grootser over dankzij de aankleding van het toneel; bestond Teer uit een kaal podium, in Scènes voor de mensen is nu meer aandacht besteed aan de achtergrond en is er meer bewegingsruimte ontstaan. Het spel is soepel en luchtig en de heren voelen zich op hun gemak. Toch laat Droog Brood ook hier zien dat de humor niet voor iedereen geschikt is, getuige enkele sketches die geen enkel doel lijken te dienen en toch aanvoelen als soort engagement waarbij je als publiek niet goed weet wat ermee te doen. Hoewel deze sketches blijven, weten ze in latere voorstellingen meer een eigen plek te krijgen, zodat de voorstellingen meer samenhang krijgen.
Uitschieters: -Kussen -Raadsel -Vakantie -Bekende Nederlanders Omwille van de smeer, 2005 ****1/2 De eerste van Droog Brood die ik live zag en meteen één van hun beste en mooiste voorstellingen. Met bomen op de achtergrond wordt het verhaal geschetst van twee mannen die niet kunnen slapen en elkaar in een bos ontmoeten. Juist door dit achtergrondverhaal krijgt de voorstelling de samenhang die Teer en Omwille van de smeer nog misten. Sketches vloeien met gemak in elkaar over en de heren weten op momenten zelfs te ontroeren. Sommige dingen zijn overbodig (de Lippenbalsem sketch) maar deze worden ruimschoots gecompenseerd met absolute juweeltjes, zoals Meerkeuzevragen en Vreemdgaan. Met hun derde voorstelling creëren Peter van de Witte en Bas Hoeflaak tevens een poëtische onderlaag en weten ze naast te amuseren ook nog een voorstelling neer te zetten die tot nadenken stemt. In mijn visie is het Omwille van de smeer waarmee ze hun stijl vastleggen: klein, sober, maar tegelijkertijd ook groots en diepgaand.
Uitschieters (op de dvd staan de sketches niet aangegeven, dus geef ik mijn eigen omschrijvingen): -Inbreker -Meerkeuzevragen -Blinddate -Man die vreemdgaat met vrouw van vriend
De kip met de gouden enkels, 2007 ***** Dit is, zonder enige twijfel, hun meesterwerk. Waar ze in Omwille van de smeer mee begonnen, weten ze te perfectioneren in hun vierde voorstelling. Het tempo zit erin en er zijn nauwelijks saaie momenten. Peter van de Witte en Bas Hoeflaak zingen, praten over relaties en proberen zo goed mogelijk overweg te gaan met ouder worden. Naast één van mijn lievelingssketches, Het Schilderij, bevat De kip met de gouden enkels ook een prachtig melancholisch nummer: Annabel. Elke keer als ik het hoor weet het mij weer wat kippenvel te bezorgen. De kip met de gouden enkels is voor Droog Brood de standaard geworden wat betreft niveau: het bruist, zit vol leven en spanning en is een absolute must voor elke liefhebber van de twee heren. Deze voorstelling is mijn favoriet en kan ik keer op keer bekijken zonder dat ik verveeld raak.
Uitschieters: -Het Schilderij -Annabel -Praten over seks -Relatietips
Een frisse wind, 2009 ***** Wie zich waagde aan de televisieregistratie van Zaterdag 4 juni zou van een koude kermis thuiskomen: de registratie verkrachtte de complete voorstelling. Niet alleen waren enkele sketches eruit gehaald, de scènes waren ook nog eens in een niet-chronologische volgorde gezet en door de continue fades werd ik steeds uit de voorstelling gehaald. Hierdoor verdween ook elke samenhang van de voorstelling, zodat het erg rommelig overkwam. Zonde, want Een frisse wind is absoluut geniaal. Hoewel De kip met de gouden enkels bij mij op nummer één staat, dreigt Een frisse wind toch ook naar deze plek te dingen. Deze voorstelling is de scherpste en de spanning tussen Bas Hoeflaak en Peter van de Witte is optimaal. Ze weten te ruziën, een normaal gesprek met elkaar te voeren en volledig langs elkaar heen te praten en toch nog een samenhangend geheel te vormen. Of het nu gaan om het afstaan van een nier, de wereldproblematiek of een persconferentie, Peter van de Witte en Bas Hoeflaak er altijd een eigen draai aan te geven, zodat zelfs de pijnlijkste situaties nog leuk worden.
Uitschieters (deze DVD heb ik nog niet, vandaar dat ik ook hier eigen omschrijvingen geef van de sketches): -Afstaan nier -Foto’s -Persvoorlichting -Reclametune -In de disco
Dat wordt oorlog, 2012 Droog Brood heeft iets gecreëerd wat ik ‘literair cabaret’ noem. Peter van de Witte en Bas Hoeflaak irriteren, ontroeren, filosoferen en weten de mensen te amuseren en tegelijk na te laten denken. Ze vernieuwen en verrassen altijd, ondanks hun vaste handelsmerken. Toch, hoe geniaal ik ze ook vind, Droog Brood zal nooit een groot publiek aanspreken. Dat is jammer. Of dit gaat veranderen met Dat wordt oorlog durf ik te betwijfelen, dat ik ze weer ga bewonderen is een feit. Op naar 2012!
Gepost door: Sammie22 op 23-12-2011 om 18:09
|
Reageer |
23-12-2011 - Een Muzikale Hel Lange tijd dacht ik dat het niet depressiever kon dan Nirvana. De songs zijn donker en niet echt geschikt voor de luisteraars van, ik noem maar iemand, Justin Bieber. Nee, Nirvana was rauw, direct en mijn introductie tot de hardere muziek. Toen was daar een band die met gemak boven alles uitstak. Een band die woorden als ‘depressie’ en ‘zelfhaat’ opnieuw uitvond en ‘Smell’s Like Teen Spirit’ (ik denk zelfs het gehele oeuvre van Kurt Cobain) in al zijn aspecten laat verbleken. Ik heb het uiteraard over Trent Reznor’s Industrial Metalband Nine Inch Nails en in het bijzonder hun album ‘The Downward Spiral’ (‘TDS’). Ik moet zo’n jaar geleden in aanraking met deze band zijn gekomen. Tijdens een college over censuur kwam een medestudente met een videoclip van ‘Closer’ en deze maakte diepe indruk op me. De sfeer, de tekst, de muziek, ik vond het geweldig! (http://www.youtube.com/watch?v=PTFwQP86BRs) Diezelfde dag nog ging ik naar de Fame om het album met dat nummer van ze aan te schaffen en stuitte op ‘TDS’. Thuis beluisterde ik het album, met de teksten bij de hand. Ik werd, van begin tot eind, weggeblazen. Elk nummer die voorbijkwam was nog beter dan die daarvoor. Het voelde aan als Edgar Allan Poe en Howard Philips Lovecraft, overgoten met een stevige saus van intense Industrial Metal. Een element wat zoveel indruk op me maakte was de woede van de zanger. In elk nummer, hoe intens of rustig deze ook is, voel je Reznor’s haat, depressie en wanhoop. En met elk nummer wordt dit erger. Tot op het laatst met ‘Hurt’ (briljant gecoverd door Johnny Cash) spat de agressie van de nummers af. Bij ‘Hurt’ lijkt Renzor rust te hebben gevonden, zich versuft beseffend dat hij zichzelf echt pijn heeft gedaan. Naar mijn idee geeft ‘TDS’ een muzikale hel weer. Het begint bovenaan, er wordt nog observerend naar beneden gekeken. Reznor lijkt met elk nummer steeds dieper te zakken, steeds meer komt de hel dichterbij en neemt de waanzin toe. Totdat hij op de bodem is beland en dan pas een idee heeft van wat er is gebeurd. De nummers op zich zijn erg verschillend. Sommige zijn agressief en expliciet (‘Mr. Selfdestruct’, ‘Heresy’) andere zijn weer wat meer ingetogen (‘Piggy’). Ondanks deze verscheidenheid bekruipt mij telkens het gevoel dat met elk nummer de hel dichterbij komt. Na de drang tot zelfdestructie, tot waar Reznor tot nu toe alleen maar door werd verleid, kan in het tweede nummers hem niks meer schelen. In het derde schreeuwt hij dat God is overleden, in de vierde roept hij de ‘Pigs’ op om te rijzen, in de vierde fluistert hij met nauwelijks ingehouden woede “I wanna fuck you like an animal” en ga zo maar door. Met andere woorden, hoewel het ene nummer rustiger is dan het andere, kan het gemakkelijk gezien worden als een afwaartse tocht naar waanzin en wanhoop. Het is een neerwaartse spiraal en vluchten is onmogelijk. Daarbij zijn de titels van de nummers ook perfect gekozen: het album begint met ‘Mr. Selfdestruct’, waarin de zelfdestructie nog wordt gesuggereerd en de laatste twee nummers zijn ‘The Downward Spiral’, waarin daadwerkelijk de trekker wordt overgehaald en ‘Hurt’, waarin het besef komt dat de pijn nu daadwerkelijk is toegebracht; de daad is gepleegd. Hoewel ik dacht dat het niet ‘erger’ kon dan dit, vergistte ik me weer. Later kwam ik erachter dat er een soort remix bestond van dit album, ‘Further Down The Spiral’ (‘FDTS’). Daar waar ‘TDS’ stopte, gaat diens opvolger verder. Dwars door de bodem van de hel door kronkelige gangen, waar de nachtmerrie zich voortzet. Maar liefst drie nieuwe versies van ‘Mr. Selfdestruct’ staan erop, de een nog rauwer dan de andere. Daar waar ‘TDS’ op het laatst beseft dat het helemaal bergafwaarts is gegaan, kan het ‘FDTS’ helemaal niks schelen. De remmen gaan los en zonder ook maar één keer te stoppen dendert het album als een op hol geslagen achtbaan nog verder naar beneden. ‘TDS’ toont op het einde nog genade met het besef, ‘FDTS’ steekt een middelvinger op en schudt de luisteraar zodanig door elkaar dat deze murw achterblijft. Afgaande op deze interpretatie kan men zich afvragen waarom ik in godsnaam ‘TDS’ als mijn lievelingsalbum beschouw. Simpelweg omdat ik het goed vind. Omdat ik Trent Reznor geloof als hij zingt “I want to fuck you like an animal” (hoewel ik wél hoop dat hij dat niet echt gaat doen…), omdat dit album zoveel controverse opriep, omdat dit album goed klinkt en stevig weet te rocken. ‘TDS’ is in mijn visie méér dan een metalalbum: Reznor gooit zijn frustraties en razernij eruit (hij was ten tijde van het album behoorlijk verslaafd en depressief), zonder ook maar één keer zich af te vragen wat de luisteraar er van zal denken. Wie in de stemming is om ruim een uur lang overweldigd te worden door deze muzikale hel, zal een immense ervaring meemaken. En anders luister je maar naar Justin Bieber.
Gepost door: Sammie22 op 23-12-2011 om 18:08
|
Reageer |
23-12-2011 - Pinkpop 2011 (Waarschuwing: bevat meningen! Wanneer de lezer het niet eens is met de auteur, is de eerste niet verplicht door te lezen! Daarbij kan ik het niet helpen over goede smaak te beschikken!)
Een ‘Murphiaanse situatie’ is een situatie waarin alles wat fout kan gaan ook daadwerkelijk fout gaat. Er zijn mensen die nooit met Murphy in aanraking komen en er zijn mensen waar Murphy zoveel van houdt dat hij het niet kan laten deze mensen zo nu en dan te vereren met een bezoekje. Ik behoor tot die laatste categorie en gisteren toonde Murphy wederom aan hoezeer hij onze relatie op prijs stelt. Ik zou met een goede vriend naar Pinkpop gaan en dus stonden we zo rond een uur of 6.30 bij de metro te wachten. De bus zou om 7.05 vertrekken, dus we konden rustig aandoen. Tenminste, dat dachten we. Op de display stond namelijk vermeld dat de eerstvolgende metro pas om 7.30 zou komen. Maar ik had vaker meegemaakt dat er een storing in het display zat, dus ik maakte me er niet al te druk over. Tot mijn vriend zei dat het vandaag Pinksteren was en dus de Zondagregeling gold. En dat betekende… Juist. Geen storing in het display. Maar geen paniek, ik belde met Event Travel, legde het probleem uit en kreeg het nummer van de chauffeur. Ik belde hem op en kreeg te horen dat de volgende opstapplaats in Utrecht zou zijn. Dat zouden we onmogelijk redden. Uiteindelijk besloten we met de trein naar Limburg te reizen en weer terug te gaan met de bus. Zo gezegd, zo gedaan en we namen de metro van 7.30 naar Amstelstation (waar we aanvankelijk opgepikt zouden worden) en namen de trein naar Heerlen. In de trein had ik mijn OV-kaart al bij de hand. Het ging niet helemaal goed bij het inchecken, mijn saldo was te laag, dus ik was wat nerveus. Ik vond het bovendien vreemd dat mijn saldo te laag was, want ik had een weekkaart en hoefde dus doordeweeks niet te betalen. Alleen in het weekend. En toen bedacht ik me weer dat het Pinksteren was. En niet alleen was mijn saldo dus te laag, ik had een kaartje moeten kopen. En die had ik niet. Ach, hoe duur kon die boete nu zijn, 50 euro? Het zou pijn doen in de portemonnee, maar goed, het zij zo. Tot mijn verbazing reageerde de conducteur nog vrij sportief: hij zou het door de vingers zien, mits ik op het volgende station een kaartje zou kopen. Later hoorde ik dat een boete zeker 80 euro kost. Zat ik er een beetje naast met mijn 50 euro. Eenmaal op het terrein was het een waanzinnige dag en liet Murphy mij verder met rust. Omdat mijn vorige verslag, een combinatie van een introductie (zie bovenstaande) en recensies goed aanvoelde, besloot ik het dit keer weer zo te doen. Hierbij moet wel even een opmerking worden geplaatst: het was niet zo spectaculair en overdonderend als vorig jaar. De Foo Fighters waren knallers en ook The Kaiser Chiefs waren goed, maar verder… Nou ja, lees maar.
Scouting For Girls ***1/2 Ik wil even één ding duidelijk stellen: als je op een festival komt met artiesten als The Kaiser Chiefs, 30 Seconds to Mars en de Foo Fighters en je moet het eerst hebben van een band als Scouting For Girls en je vindt het nog aardig ook, dan klopt er iets niet. Slecht waren ze zeker niet, maar als zo’n soort band de laatste dag moet openen wanneer de Foo Fighters afsluiten, dan is er iets mis. Maar het moet gezegd worden, deze jongens deden het redelijk goed. Ik durf zelfs te zeggen dat ze me wisten te verrassen. Ik kende maar één nummer, ‘Everyone Wants to Be on TV’, verder liet ik het meezingen aan het publiek over (lees: de paar honderd man die er stond. Als je dat veel vindt, er zouden in totaal zo’n 60.000 mensen zijn. Dus in verhouding daarmee is het niet veel.) Het was vermakelijk, het was luisterbaar en net wat meer dan de moeite waard.
Dazzled Kid * Tsja. Ik zou deze act niet eens moeten recenseren: na drie nummers gingen we er vandoor. Het deed me helemaal niks deze muziek. Dus veel heb ik er niet over te zeggen, alleen dat ik het doodsaai vond.
Plain White T’s (in verhouding met Dazzled Kid) **** Dit vind ik op zich een goeie band, (na Dazzled Kid vond ik alles beter) en de nummers ‘Hey There Delilah’ en ‘1, 2, 3, 4’ vind ik erg mooi. Ze deden niet echt iets speciaals, maar ik zag alleen de zijkant van het podium, dus waarschijnlijk heb ik ook het een en ander gemist. Niet echt helemaal mijn ding, maar onder de omstandigheden goed te doen. Een ster omdat ze beter waren dan Dazzled Kid, een ster omdat ze enthousiast waren en een ster per herkend nummer.
Two Door Cinema Club ***1/2 Wat te zeggen over deze band die ik wel gaaf vond. Het was apart: zo klonk het als poppie rock, maar was er ook licht psychedelische kant vanwege de vreemde geluidjes die werden gemaakt met een synthesizer. Het was zeker de moeite waard, alleen begon het mij te irriteren dat alle nummers hetzelfde klonken. Als er meer variatie had geklonken, zou ik de band vier sterren hebben gegeven. Drie omdat ze zeker de moeite waard waren, nog een half erbij voor de psychedelische ondertonen.
Go Back To The Zoo **1/2 Er is een hele hype over deze band. In de Volkskrant wordt een album van hun een ‘hitmachine’ genoemd. Ze hebben twee nummers die ik wel grappig vind (vandaar twee sterren). Maar verder moet ik eerlijk over ze zijn: ik vind ze niet zo goed. Ze weten een goede show neer te zetten, ze weten een goede vibe te creëren, maar verder doen ze me niet zoveel. De beesten die op de achtergrond stonden waren een leuke vondst, inclusief een King Kong achtige gorilla die meebewoog op de muziek. Het is grappig, je beweegt wat op het ritme, maar toch… nee. Dit is niks voor mij. Ik nam niet eens de moeite dicht bij het podium te komen en heb de helft van hun optreden in het gras gelegen. Het was niet eens zo oncomfortabel en hun muziek was dan toch wel aangenaam, zo op de achtergrond. Vooruit, daarvoor nog een halve ster erbij.
Volbeat ****1/2 Na enkele popbandjes die mij toch redelijk koud lieten, was ik nogal sceptisch tegenover Volbeat. Ik kende het niet en had geen idee wat ze nu eigenlijk deden. Een vriendin van mij wilde die graag zien, dus liet ik me overhalen helemaal vooraan te staan. Bleek het gruwelijk harde metal te zijn, Metallica op zijn Scandinavisch zeg maar. En dat was lekker, even gillende gitaren, driftige drums en harde, snelle muziek. Overrompelend, hard en o zo lekker om even helemaal op los te gaan! Ik heb het einde echter moeten missen omdat ik naar het toilet moest. Daarom ‘slechts’ vier en een halve ster.
The Kaiser Chiefs **** Puur omdat ik hen het beste ken en deze band een verademing vond te midden van de andere acts. Puur voor ‘Ruby’, en ‘Everyday I Love You Less And Less’, voor hun swinggehalte en het feit dat ze zichtbaar plezier hadden. Puur en alleen daarom vier sterren. Als ze ‘O My God’ hadden gespeeld had het nog 4,5 kunnen worden.
30 Seconds To Mars **** Er is slechts één reden dat ik hun vier sterren geef: omdat Jared Leto een show wist neer te zetten. Uiteindelijk. Ze kwamen niet verder dan zo’n stuk of acht nummers (misschien zelfs nog minder) en, nou ja, het optreden vond ik één grote megalomane egotrip voor de band. Het begon met de ouverture, waarin ‘O Fortuna’ te horen was. Niks mis mee, zo zet je een goede sfeer! Maar dan komt Jared met zijn gitaar en denk je… Ok. En nu? Het publiek toespreken. Tijd rekken. Op het podium uitgebreid overleggen wat nu te spelen. En beeldschermen op de achtergrond hebben, waarop de videoclips van hun nummers werden getoond. Als de videoclip een krachtiger beeld uitstraalt dan dat wordt gezongen, is dat een slecht idee. Luister voor de grap even naar ‘A Beautiful Lie’: http://www.youtube.com/watch?v=JwOya18u8_Q Tijdens het refrein (‘It’s just a beautiful liééééééé’) komt Jared Leto in de clip buitengewoon krachtig over. Maar juist op dat krachtige moment riep Jared naar het publiek dat het mee moest zingen en springen. En de rest van het refrein zong hij op een zouteloze manier verder. Nogmaals, het is gaaf om je eigen clips te tonen, maar als je het er live zo vanaf brengt, snij je jezelf in de vingers. Slecht was het niet, maar het viel toch tegen. Zeker voor een emo-band die op tv elk woord in razernij uitschreeuwt.
Foo Fighters ****1/2 Rammstein valt niet te overtreffen. Er zijn veel dingen mogelijk, maar Rammstein overtreffen wat betreft een liveoptreden is gewoon niet menselijk. Vorig jaar zag ik ze optreden en de combinatie van show en muziek was gewoon perfect. Dat ik fan van ze ben zal ongetwijfeld hebben geholpen, maar dat was gewoon een briljant optreden. De Foo Fighters kwamen dichtbij. Verdorie, want zijn zij in de buurt gekomen. Eén ding staat voorop, zij waren de knallers van Pinkpop 2011. Geen ‘O Fortuna’ als ouverture, geen beesten op de achtergrond van het podium, gewoon muzikanten die op het podium staan, met een leadzanger/gitarist (Dave Grohl) die zo’n krachtige uitstraling heeft dat hij alleen maar voor de microfoon hoefde te staan en hij een staande ovatie kreeg. Gezien het feit dat iedereen al stond was dat erg knap. Zodra ze op het podium stonden, klonk het gejuich en geklap. De eerste twee nummers kwamen van hun nieuwste album, ‘Wasting Light’ en kende ik nog niet zo goed. Vandaar dat ik pas loskwam tijdens één van hun klassiekers: ‘The Pretender’. Ook tijdens andere bekende nummers, zoals ‘All My Life’, en ‘Best Of You’ stond ik luidkeels mee te zingen en als een waanzinnige te springen. Dave Grohl sprak eerst nog het publiek toe: ‘We have 150 fucking songs. I don’t know which one to play, but we’ll just play and see what happens, okay?’ O ja, we zullen zeker zien: je voelde het enthousiasme in het publiek. Bij geen een optreden vandaag had ik zoveel energie meegemaakt als bij de Foo Fighters. De bandleden hadden lol en dat was duidelijk. Geen uitgebreid overleg, maar gewoon spelen! Dave Grohl was duidelijk de grootste gangmaker; hij maakte grappen, stelde de overige bandleden aan ons voor, daarbij niet vergetend te benadrukken dat we te maken hadden met de beste gitaristen en drummer die er waren. Als een beest ging hij tekeer op zijn gitaar en in zijn zang. Ze hadden om 22.30 moeten stoppen. Dave Grohl kondigde doodleuk aan dat hij geen zin had om te stoppen. ‘I like to keep playing until we’re not supposed to fucking play anymore’. En om daad bij woord te zetten, gingen ze door tot 23.00. Ach, andere bands stoppen te vroeg. Er hingen een aantal beeldschermen op het podium en er waren een paar camera’s die rondvlogen. Op de beeldschermen was zowel het publiek te volgen als de artiesten en dit werd gemonteerd in een videoclipachtige stijl. Het gaf het optreden nog meer schwung en zeker toen het donker werd en er een spectaculaire lichtshow ontstond, werd het een grote adrenalinetrip waarin iedereen werd meegesleurd. Ik was op een gegeven moment echter zo bekaf dat ik niet eens mijn armen meer kon optillen. En toen, na ‘Everlong’, was het voorbij. De Foo Fighters waren klaar. Pinkpop was afgelopen. Terug naar huis dus. In tegenstelling tot vorig jaar liepen we in één keer goed: zonder te verdwalen in het enorme doolhof dat Heerlen heet, zijn we veilig aangekomen bij de bus. Ik was kapot, gesloopt. Eén ding wist ik zeker: volgend jaar weer!
Gepost door: Sammie22 op 23-12-2011 om 18:06
|
Reageer |
23-12-2011 - Nacht van Terreur Hoewel het al lang half één is geweest, is de film nog niet gestart. Op zich is dat ook wel logisch; nog niet iedereen is binnen. Telkens als ik over mijn schouder kijk, zie ik tot mijn ergernis dat er nog steeds mensen komen binnendruppelen, en rustig een plaatsje zoeken. Het zijn één van de weinige dingen waar ik echt een bloedhekel aan heb: je wéét dat het in principe al is begonnen, je wéét dat alles uitloopt, en toch zoek je nog rustig een plekje op. Je doet het allemaal op je gemak, terwijl je wéét dat iedereen tegelijkertijd met ongeduld wacht tot eindelijk de horrormarathon begint. Hoewel het de derde keer was dat ik met twee van mijn beste vrienden naar de zogeheten ‘Night of Terror’ ging, voelde ik toch mijn hart als een bezetene kloppen naarmate we de bioscoop, Pathe Tuschinski, naderde. Het is toch altijd even wennen aan het sfeertje dat er hangt. Toen we aankwamen was het half twaalf, en tot mijn verbazing waren de deuren nog dicht. Aan de andere kant vond ik het ook prettig. Ik vond het op deze manier makkelijker om me aan de situatie aan te passen, en later met de gehele groep naar binnen te gaan. Het was helemaal donker buiten, en ik begon me te realiseren dat ik de kaartjes nog moest ophalen. Moest dat nu al, of moest ik wachten tot ik binnen was? Ik strekte mijn hals, en zag een hokje met glas ervoor, en een vel papier erboven geplakt: ‘kaartophaal Imagine Night of Terror’. Of zoiets. Pas toen merkte ik iets op in de mensenmassa dat vaag een rij voorstelde. Ik besloot maar om ergens aan te sluiten, en worstelde mezelf de menigte in. Bas en Erik bleven staan en wachtte tot ik terug zou komen met de kaartjes. Normaal gesproken ben ik geen ‘duwer’, of dring ik zomaar voor. Vanavond was echter een uitzondering. Soms moet je asociaal gedrag vertonen, hoort dat er gewoon bij. Anders word je ofwel uitgelachen, ofwel zijn je kansen tot overleven gedoemd. Niet alleen zorgde ik er zo goed mogelijk voor dat niemand mijn plaats in de rij zou inpikken, ook duwde ik mezelf zo nu en dan een plek verder in de rij, zodat ik eerder aan de beurt zou zijn. Niemand zei er wat van. Waarom zouden ze ook. Na eindelijk de kaartjes binnen te hebben, reden er trams voorbij. Het waren er drie in totaal, maar alleen de eerste twee werden daadwerkelijk door de hele groep opgemerkt. De eerste twee keren riep de gehele menigte ‘hoer’, waarbij de chauffeur nogal verbaasd opkeek. De tweede keer zaten er ook passagiers in de tram. De derde keer werd de tram gespaard. Er was één groot nadeel aan het feit dat de deuren nog niet open waren; iedereen moest naar binnen. Normaal gesproken is dat niet zo’n big deal. Met een hele menigte die strak staat van de adrenaline, al dan niet kunstmatig aangemaakt door een blikje red-bull of een andere energydrankje, was het wel een big deal. Mensen gaan namelijk duwen. Ikzelf werd bijna verpletterd tegen een metalen hek, verpletterde bijna een meisje, en wist uiteindelijk toch heelhuids de foyer in te glijden. Ik was blij verder niks bij me te hebben, aangezien iedereen met een tas werd gefouilleerd. Ik bleef bij de bar staan, en wachtte tot Bas en Erik er ook zouden zijn. Vervolgens haalde we drankjes en popcorn en gingen de zaal in. Eindelijk dan, om één uur ’s nachts, beklom Mister Horror, ofwel Jan Doense, het podium, uiteraard onder het gebruikelijke gejoel en geklap. En iedereen wist het: het zou gaan beginnen. En ja hoor; na een toespraak doofde de lichten langzaam uit als kaarsen (‘ik ben bang in het donker!’), de bloedrode gordijnen schoven geruisloos opzij, en het witte doek werd zichtbaar. De film ging beginnen. De hel zou losbreken. Je gaat niet naar de ‘Night of Terror’ om rustig films te kijken. Of beter gezegd, om alleen films te kijken. Je gaat erheen voor de sfeer. Eigenlijk kan het het beste als volgt worden omschreven: je kijkt een film, waarbij het publiek zorgt voor een commentaartrack. In de drie keer dat ik geweest ben, heb ik allerlei commentaren voorbij horen komen, van te flauw tot werkelijk briljant. De eerste twee keren heb ik me ingehouden (nou ja, de tweede keer riep ik ook wel wat), dit keer liet ik me helemaal gaan. Met als gevolg dat ik na de tweede film mijn stem bijna helemaal kwijt was. Het grappige is dat als je zolang in de bioscoop zit, je besef van tijd verloren gaat. Het heeft er ook me te maken dat het in de bioscoop altijd wat verduisterd is. Al zijn de lampen aan, een bioscoop is nooit helemaal verlicht. Je ziet dat het steeds later wordt aan de tijd, maar juist doordat je zolang binnen zit, lijkt het tegelijkertijd alsof de tijd stilstaat. Vandaar ook dat als je na afloop buiten staat, je even moet omschakelen en je je ineens doodmoe voelt. De films waren beter dan vorig jaar. Maar dat was logisch, want hoe je het ook zou wenden of keren, het zou überhaupt beter zijn dan vorig jaar. Toen kon de grote zaal niet worden afgehuurd, aangezien… Ja, waarom eigenlijk? Ik weet nog vaag iets van ‘misdragingen’ of iets dergelijks, maar het is me nooit helemaal duidelijk geworden waarom we toen in de arthouse sectie moesten zitten. We zaten als sardines bijeengepropt in een klein zaaltje, en er werden slechts twee films vertoond. Dus ja, dit jaar kon het alleen maar beter zijn dan vorig jaar. Waar ik me ook op had verheugd, was de ‘Scream Queen Contest’. Het principe is simpel; een paar jonge vrouwen (onder het luide geroep van ‘hoer!’) stappen het podium op en voeren een toneelstukje van een paar seconde uit, met de volgende aktes: schrikken, schreeuwen en doodvallen. Of zoiets. Uiteraard gaat het voornamelijk om het schreeuwen. Sommige schreeuwen de longen uit hun lijf, andere schreeuwen weer wat zachter, maar vallen dan weer theatraler. Wederom waren er weer een paar goede kandidaten, hoewel het dit keer een duo was dat won. De eerste film was een vervolg op een film van twee jaar geleden, ‘[Rec2]’. Ikzelf vond het een sterke film, hoewel ik nooit fan ben geweest van de handcamera waarbij het beeld verandert in een draaikolk van kleur en geluid. Daarna volgde er een remake van een Romero film, ‘The Crazies’. Hoewel ik erbij blijf dat het einde een tikje is afgeraffeld, was het een goede film. Misschien iets te gelikt, hier en daar, maar over het algemeen vond ik het een goede film. De derde film, ‘La Horde’, was een (de titel zegt het al), Franse horrorfilm. En zonder enige twijfel de sterkste van de avond. Wie zin heeft in een rauwe, harde zombiefilm, en geen probleem heeft met hard geweld, kan ik deze ten zeerste aanraden. Om de nacht af te sluiten, was er een Japanse variatie van elk een willekeurige Troma film. Ieder die ooit een Tromafilm heeft gezien en/of een Japanse horrorfilm, beseft dat dit extreem zou worden. Het was extreem. Zo erg, dat, tegen het einde, ik iemand achter me hoorde roepen ‘en nou is ie afgelopen! (stilte, op smekende, schorre toon) Alsjeblieft…?’ Voor de mensen die nu toch wel nieuwsgierig zijn geworden, het heette ‘Vampire Girl versus Frankenstein Girl’. Ach, de titel zegt het al; het is de grootste onzin. Het was een zeer geslaagde Nacht van Terreur. Echter, er was één ding wat ik nogal… lullig vond. Het bleek namelijk dat gelijk na de horrormarathon een première zou plaatsvinden in deze zaal. Van ‘Wicky de Viking’. Ik maak geen grapje. Je kunt je dus wel voorstellen dat het publiek dat op deze première zou afkomen, niet zat te wachten op een groep horrorfanaten die een hele nacht was doorgezakt en had gekeken naar allerlei horrorfilms. Maar geen nood, de oplossing was dichtbij: we werden er gewoon uitgeloodst via de nooduitgang. Ja, inderdaad. De hele zaal (tenminste, degene die er nog zaten. Wat toch nog een flink aantal was) werd via de nooduitgang weggebonjourd. Iedereen kreeg een gratis DVD mee. Dat dan weer wel. Eenmaal buiten knipper je met je ogen tegen het licht. In één klap lijkt de Nacht van Terreur dagen geleden. Je voelt ineens hoe moe je bent. Hoe ongecontroleerd je gedachtes zijn, hoe ongecoördineerd je motoriek is. Je hoofd voelt aan alsof er allemaal watten inzitten. Het voelt vol en donker. Je wil maar één ding, en dat is even zitten, of liggen. Sommige zochten een terrasje op. Andere gingen gewoon naar huis. Wij volgde dat voorbeeld en begaven ons naar de tram. Net zoals de eerste keer toen we naar de Nacht van Terreur gingen, had ik weer dat surrealistische gevoel. Het lijkt of je een heel andere wereld binnenstapt; eerst is het nacht, en heerst er een opgewonden, opgefokte stemming, daarna is het dag, en is het rustig. Ik heb daar niets op tegen. Ik vind het wel lekker, zo rustig. In de tram leun ik tegen het raam. Voel mezelf zo nu en dan wat wegzakken. Ik voel me moe, maar voldaan. Volgend jaar weer.
Gepost door: Sammie22 op 23-12-2011 om 18:05
|
Reageer |
23-12-2011 - DateSetMatch!. Wanneer ik Studio K binnenloop zoek ik eerst naar Thomas. Ik kan hem zo gauw niet zien en bel hem op. Hij is boven. Ik loop de trap op en zodra ik er ben, begroeten we elkaar. ‘Ben je nerveus?’ vraag ik. ‘Bloednerveus’ zegt hij. Gelukkig, ben ik niet de enige. We lopen een zaal in met zeventien tafels, aan elke tafel staan twee stoelen. Zo meteen zit ik op één van die stoelen, in gesprek met een vrouw. Een mini date. Ik heb nog nooit echt gedate en heb het idee dat ik nog nerveuzer ben dan Thomas. Zeventien gesprekken. In godsnaam, als dat maar goed gaat. Wat moet ik allemaal gaan zeggen? Wat als er pijnlijke stiltes vallen? Tenminste, als dat mogelijk is in zo’n korte tijd. Langzaam stromen de kandidaten binnen. Eerst de mannen, dan de vrouwen. Ik zie er zeker wat leuks tussen zitten, maar ook waarvan ik nu al weet dat ze mijn type niet zijn. Mijn hart bonkt als een bezetene. Ik heb geen flauw idee wat voor houding ik aan moet nemen. Handen in of uit de zakken? Losjes langs mijn lichaam, over elkaar, in mijn zij? Ik kijk zo nu en dan naar de vrouwen die, evenals de mannen, in groepjes samenklonteren. Zij werpen blikken op de mannen en ik vraag me af wat ze denken. Het valt hier nogal tegen. Geen leuke mannen. Ze zullen wel aardig zijn maar verder niet. Net als op de middelbare school; als het over vriendjes ging, werd er standaard gezegd dat op onze school geen leuke jongens zitten. Soms vraag ik me wel eens af of die vrouwen überhaupt wel tevreden zouden zijn. Maar goed, geldt dat ook niet voor ons mannen? Het gaat beginnen. Ik heb het getal 14. Alle mannen hebben een getal, de vrouwen hebben een letter. Ik ga zitten en wacht af tot de juiste letter tegenover me zit. Nerveus kijk ik toe hoe iedereen zijn gesprekspartner vind, maar de stoel tegenover me blijft angstvallig leeg. Alsjeblieft, schiet op, zo meteen ben ik de enige die in zijn eentje zit… Gelukkig komt er uiteindelijk iemand tegenover me zitten. Ik glimlach. Ik ben er klaar voor. Ik voel, tijdens de gesprekken, hoe ik boven mezelf uitstijg. Normaal gesproken ben ik verlegen en erg gesloten, nu maak ik grapjes en leid zelfs het gesprek. Alleen, tijdens de eerste helft zijn er geen vrouwen van wie ik denk dat ze een match vormen. Ze zijn stuk voor aardig en vriendelijk, maar ook niet meer dan dat. Ik vraag me af of zij datzelfde gevoel hebben. Tijdens de pauze staat Thomas te praten met een vrouw aan de bar. Wat jaloers sta ik toe te kijken, maar zorg ervoor ze niet te storen. Ik kijk om me heen. Ik zie veel mannen en vrouwen met elkaar praten. Ik sta alleen, met een glas cola. Niet dat er nu per se iemand is met wie ik aan de bar zou willen praten, maar toch... Alleen is alleen. Er komt niemand spontaan naar me toe voor een gesprek, andersom neem ik echter ook geen initiatief. Ach, als je maar lol hebt. De pauze is voorbij en we gaan weer zitten. En voor de eerste keer deze avond kan ik, zonder enige twijfel, aangeven dat ik een match heb met iemand. Mijn mini date met de vrouw tegenover me gaat niet alleen vrij soepel, het is één van de leukste gesprekken van deze avond. Het voelt goed, het klikt. Eigenlijk verliepen alle gesprekken wel goed. Voor iedereen is dit de eerste keer dat ze meedoen aan speeddaten. Slechts eentje gaf mij een ongemakkelijk gevoel. Ik praatte wel, maar ik had het idee dat alles wat ik zei volledig langs haar heenging, en dat hetgeen wat zij zei niks te maken had met wat ik ervoor had gezegd. Tsja. Wanneer het gesprek met mijn eerste echte match voorbij is, vul ik plichtsgetrouw de hokjes in. Bij de laatste vraag, ‘Match?’, zweeft mijn pen naar het hokje met ‘ja’. Mijn eerste ‘ja’ van de avond. Er zijn nog enkele die mij wel leuk lijken, maar om in drie minuten even te bedenken of iemand een potentiële match is, dat is toch aan de krappe kant. In de eerste helft liet ik de laatste vraag dan ook steeds open. Tot ik in de tweede helft besefte dat ik niet meer de letters aan de vrouwen kon koppelen. In lichte paniek probeerde ik zoveel mogelijk te bedenken wie bij wat hoorde, maar er zijn slechts een paar die ik daadwerkelijk voor de geest kan halen. En zo, terwijl ik koortsachtig nog wat hokjes invul, klinkt de fietsbel. Het is voorbij. Thomas en ik lopen naar buiten en praten nog wat met elkaar. Zeventien gesprekken, zeventien keer uitleggen waar mijn naam vandaan komt. Hoe ging het bij hem? Nog die ene vrouw verder gesproken? Nog andere matches? Uiteindelijk gaan we naar huis toe. We krijgen nog een mail, met daarin de matches van deze avond. Zowel hij als ik zijn het erover eens dat de kans dat we een match hebben onwaarschijnlijk is. We kunnen het ons simpelweg niet voorstellen. Enkele dagen later, als ik mijn mail controleer, zie ik dat een mail van DateSetMatch! in ‘Ongewenst’ is terecht gekomen. Ik open de mail. Twee matches. Ik stuur een mailnaar één van hun. Ik krijg een mail terug. En hoewel ik het niet kan geloven, is het toch zo: ik heb een date. Ik glimlach. Is de avond naast ‘lollig’ ook nog eens bijzonder nuttig geweest.
Gepost door: Sammie22 op 23-12-2011 om 18:01
|
Reageer |
|